zondag 28 mei 2006

My life without me

Ann is 23 jaar en leeft met haar man en twee kinderen in een caravan, gestationeerd in de tuin van haar moeder. Als ze van de dokter te horen krijgt dat ze borstkanker heeft en over twee maanden zal sterven beschouwt ze dit vreemd genoeg niet als een verlossing maar als slecht nieuws. Met veel gevoel voor drama stelt ze een lijst samen van dingen die ze nog wil doen voor haar dood, al valt die lijst wel lichtjes tegen: “naar de kapper gaan” is ongeveer het meest opwindende puntje.

Uit de andere items op haar lijstje blijkt dan weer wat een monster Ann eigenlijk is, Sarah Polley verdient daarom felicitaties want zij slaagt er toch nog in haar personage enigszins sympathiek te laten overkomen. Let in die zin vooral op het woord “enigszins”.
Zo wil Ann bijvoorbeeld “iemand op haar verliefd laten worden”. Hiervoor kiest ze een of andere zielige eenzaat uit, die zich lijkt te verontschuldigen voor elk woord dat uit zijn mond komt en natuurlijk (aanvankelijk) geen weet heeft van de motieven waardoor zijn nieuwe infatuatie gedreven wordt.

Ook spreekt ze cassetjes in voor haar dochters, die ze hen telkens wil laten bezorgen op hun verjaardag, en dat tot ze 18 zijn! Haar dochters mogen dus nog een dikke tien jaar uitkijken naar een jaarlijkse “Ik ben nog steeds dood maar gelukkige verjaardag!”-boodschap van hun moeder. Leuk.

Ze wil ook een goeie nieuwe vrouw voor haar man/moeder voor haar kinderen vinden en deinst er niet voor terug om haar omgeving genadeloos te manipuleren om dit te bewerkstelligen. Ook handig en volledig geloofwaardig dat net nu de ideale vrouw / moeder naast hun caravan komt wonen!

Het scenario begeeft zich trouwens wel vaker in de buurt van het belachelijke: neem bv. de onbedoeld hilarische monoloog van de nieuwe buurvrouw die vertelt hoe ze als verpleegster ooit een Siamese tweeling heeft zien sterven… het lijkt wel een parodie op platsentimentele soaps uit de jaren ’50 (“Het jongetje stierf eerst… vier uur later stierf het meisje.”) Blijkbaar hebben haar ervaringen als verpleegster haar niet geleerd dat Siamese tweelingen, sinds ze uit dezelfde eicel komen, altijd hetzelfde geslacht hebben en dat men baby’s ook niet laat sterven door ze gewoon uit de couveuse te leggen.

De andere personages zijn zo mogelijk nog vervelender: manlief Don is volledig persoonlijkheidsloos en moet gewoon de perfecte man spelen omdat er in het scenario waarschijnlijk geen plaats meer was voor echtelijke problemen. Deborah Harry is irritant als de moeder en Ann’s door Milli Vanilli-geobsedeerde kapster is een steenvervelend en overbodig personage dat ook als comic relief totaal niet werkt en zelfs volledig misplaatst is. Amanda Plummer staat wel goed te acteren als Ann’s vriendin Laurie, maar moet helaas ook in deze film een soort van freak spelen.

De film eindigt dan zomaar, alvorens Ann ook maar één keer de indruk heeft gegeven echt stervende te zijn: ze blijft over het algemeen opmerkleijk kalm, stelt zich nergens spirituele vragen (wat in zo’n situaties toch wel onvermijdelijk is) en van enige fysieke aftakeling is al helemaal niets te merken. De plotsheid van haar sterven was echter niet onaangenaam, want ik zat persoonlijk al een dik half uur te wachten tot dat mens nu eindelijk eens wou doodvallen. Wie denkt dat ik overdrijf: dat is in dit geval echt niet nodig.

My Life without Me is een mooi bewijs dat niet alleen grote Hollywood-producties, maar ook onafhankelijke films, de emoties van de kijker op perverse wijze willen en kunnen manipuleren. Om snel te vergeten.