dinsdag 18 december 2007
Mist in de nulstand
Een maand geleden kwam de mist in de stad. Hij kwam vroeg in de ochtend, terwijl niemand keek, terwijl iedereen sliep. Zijn dikke contouren bedekten de straat en vertroebelden het geluid van het passerende verkeer.
De mist bracht meteen veel kleine, maar ingrijpende veranderingen in ons leven. Plots liepen we bijvoorbeeld allemaal rond met een sjaal... zij die nog rond durfden lopen tenminste. In de eerste weken vormden we een commissie. En nog een commissie. En een subcommissie. En nog een subcommissie. Allen met één doel: een einde maken aan de vaagheid die over onze stad hing en derhalve afrekenen met de mysterieuze mist. Er werden speciale bouwvergunningen in het leven geroepen, referenda gehouden en gigantische ventilators ingezet. Maar niets kon ons uit de bewolktheid tillen en geleidelijk aan verwerden de actiegroepen tot onopgemerkte en zwijgzame delen van het stadslandschap, net zoals de verkeerslichten en de reclameborden dat altijd al waren geweest.
Reclameborden... het was al even geleden dat iemand er zo nog een gezien had. Er was sinds de komst van de mist echter wel een nieuwe, opvallende verschijning in de stad gesignaliseerd: herten. Velen spraken over hun elegante lichamen, die ze nog net een hoek hadden zien omgaan, daarbij slechts een glimps van hun bevlekte huid of witte staart opvangend. Ook ikzelf heb een hert gezien, in de verte, op een moment dat de mist zich heel even opende. Toen ik buitenkwam uit mijn appartementsgebouw stond ze in de raamopening van de verlaten bakkerij aan de overkant van de straat. Ze tilde haar hoofd op en staarde me aan, ondertussen kauwend op iets wat ik niet kon uitmaken. Daarna keerde de mist terug. Mijn gezichtsveld zat terug dicht, terwijl mijn neusgaten zich plots leken te openen en gevuld werden met de geur van het afval en het vuile straatwater dat lichtjes, nauwelijks merkbaar opsteeg.
Mijn handen zijn koud nu, koud en nat. Twee dagen geleden was ik op weg naar het stadhuis. Ik hield mijn handen samen tegen mijn lippen en blies er wat warme lucht in, toen ik besefte dat ik alleen was. Ik zag niemand op het voetpad, niemand in de gebouwen, zelfs niemand in de zijstraten. In de vochtige ochtend was ik volledig alleen en geïsoleerd in onze stad. Ik keek door een winkelraam, maar zag enkel mijn eigen reflectie. Ik stond rechtop, met kromme rug en lanke schouders waarop een zwaar hoofd rustte, met bleke kaken, een ongeschoren gezicht, en daaronder een groene sjaal, gewikkeld rond mijn nek. Ik vroeg me af wanneer ik me had laten gaan en bracht een rood aangelopen rechterhand naar mijn stoppels. De warmte daar was verontrustend.
woensdag 12 december 2007
Yves Leterme: "Het is de schuld van de weeskinderen!"
De voormalige toekomstige Belgische premier Yves Leterme ligt de laatste tijd weer iets heviger dan gewoonlijk onder vuur. Ozon heeft besloten niet mee te doen aan deze hetze en dhr. Leterme liever een vrij podium te bieden, zodat hij zelf eens voor goed kan duidelijk maken wie er écht schuldig was aan zijn mislukte formatiepogingen. Alvast een tipje van de sluier: het was niet hijzelf.
We ontmoeten Leterme in een typisch Brussels volkscafé. Hij ziet er vermoeid uit en zal tijdens het bijzonder korte gesprek ook voortdurend op zijn horloge kijken, terwijl hij de voorbijkomende cafégangers die hem zonder uitzondering in het gezicht spuwen nauwelijks nog lijkt op te merken.
Goeiedag, Mr. Leterme.
Yves Leterme: (veegt een wanksmakelijke mengeling van speeksel en zweet van zijn voorhoofd) Ik ben vanmorgen opgestaan en ik heb moeten vaststellen dat het weerbeeld zich tot nog toe ontwikkeld heeft op een manier die niet uitzonderlijk is en zelfs kentekenend voor deze tijd van het jaar genoemd zou mogen worden. Dit wil zeggen, veel wolken, weinig zon en temperaturen die geregeld flirten met het nulpunt. De dag is natuurlijk nog jong, het is nog maar net middag, dus kwalitatieve beoordelingen maken aangaande dit onderwerp lijkt mij op dit moment voorbarig en vooral onverstandig. Bon, u hebt vijf minuten, maak het kort.
Yves Leterme: (veegt een wanksmakelijke mengeling van speeksel en zweet van zijn voorhoofd) Ik ben vanmorgen opgestaan en ik heb moeten vaststellen dat het weerbeeld zich tot nog toe ontwikkeld heeft op een manier die niet uitzonderlijk is en zelfs kentekenend voor deze tijd van het jaar genoemd zou mogen worden. Dit wil zeggen, veel wolken, weinig zon en temperaturen die geregeld flirten met het nulpunt. De dag is natuurlijk nog jong, het is nog maar net middag, dus kwalitatieve beoordelingen maken aangaande dit onderwerp lijkt mij op dit moment voorbarig en vooral onverstandig. Bon, u hebt vijf minuten, maak het kort.
Euhm... waarover we het met u wilden hebben: we beseffen dat Ketnet & de RTBF het u bijzonder moeilijk gemaakt hebben. Maar bent u ergens ook niet een heel klein beetje zelf verantwoordelijk voor uw falen?
"Falen" is een woord dat tegenwoordig door iedereen heel graag gebruikt wordt, maar wat betekent het eigenlijk? Dat weet niemand, maar denkt u dat dit die journalisten tegenhoudt om mij er voortdurend van te beschuldigen?
"Falen" is een woord dat tegenwoordig door iedereen heel graag gebruikt wordt, maar wat betekent het eigenlijk? Dat weet niemand, maar denkt u dat dit die journalisten tegenhoudt om mij er voortdurend van te beschuldigen?
Met alle respect, maar 'falen' is toch een vrij courant woord? Vandale omschrijft het als "het nagestreefde niet bereiken".
Kijk, Vandale is duidelijk opgesteld met een bepaalde politieke agenda in het achterhoofd. 'Goedbestuurvoordemensen' staat er zelfs niet in vermeld, zelfs niet in een voetnoot ofzo, terwijl het Vlaamse volk mij toch een duidelijk mandaat heeft gegeven om goedbestuurvoordemensen naar hen te brengen. Ik probeer dat te realiseren, maar dat is uiteraard niet gemakkelijk als niemand weet wat dat precies inhoudt. Sommige mensen in mijn buurt vergelijken Vandale met Mein Kampf.
Kijk, Vandale is duidelijk opgesteld met een bepaalde politieke agenda in het achterhoofd. 'Goedbestuurvoordemensen' staat er zelfs niet in vermeld, zelfs niet in een voetnoot ofzo, terwijl het Vlaamse volk mij toch een duidelijk mandaat heeft gegeven om goedbestuurvoordemensen naar hen te brengen. Ik probeer dat te realiseren, maar dat is uiteraard niet gemakkelijk als niemand weet wat dat precies inhoudt. Sommige mensen in mijn buurt vergelijken Vandale met Mein Kampf.
Dat doet me er trouwens aandenken: waar zitten de Duitstaligen in dit debat? Zij staan - zoals gewoonlijk - weer langs de kant toe te kijken zonder iets te ondernemen maar je voelt gewoon dat ze iets van plan zijn. Diep vanbinnen zijn die mensen toch nog steeds meer Duitser dan Belg. En Duitsers zijn niet te vertrouwen, in negen op de tien gevallen zelfs vlakaf kwaadaardig. Zeggen sommigen.
Dat is een feit. Maar impliceert...
(onderbreekt) Weet je wie ook absoluut niet helpen? Weeskinderen! Zelfs Frieda Brepoels diende af en toe een voorstel in waar iets mee aan te vangen was - er was op Hertoginnendal een schrijnend tekort aan wc-papier, ziet u - maar ik heb geen enkel weeskind ook nog maar moeite zien doen om tot een oplossing te komen. Er is zelfs niemand van hen komen opdagen aan de onderhandelingstafel. In mijn omgeving hoor ik steeds meer mensen zeggen dat we ze allemaal zouden moeten verdelgen als de kakkerlakken die ze zijn.
(onderbreekt) Weet je wie ook absoluut niet helpen? Weeskinderen! Zelfs Frieda Brepoels diende af en toe een voorstel in waar iets mee aan te vangen was - er was op Hertoginnendal een schrijnend tekort aan wc-papier, ziet u - maar ik heb geen enkel weeskind ook nog maar moeite zien doen om tot een oplossing te komen. Er is zelfs niemand van hen komen opdagen aan de onderhandelingstafel. In mijn omgeving hoor ik steeds meer mensen zeggen dat we ze allemaal zouden moeten verdelgen als de kakkerlakken die ze zijn.
Kakkerlakken vallen eigenlijk nog mee, zeker in vergelijking met van die pasgeboren puppies. Dat kan zich geen tien centimeter voortbewegen zonder op de bek te gaan, dat lijkt meer op een rioolrat dan een hond en dat spreekt dan ook nog eens geen woord Nederlands. Zelf zou ik zo ver niet gaan, maar ik heb al veel mensen de parallel zien trekken tussen puppies en PS-schepenen.
Mr. Leterme, we weten dat u het druk hebt en appreciëren ten zeerste dat u even de tijd voor ons wilde nemen. Sta ons toe af te sluiten met een citaat van Nelson Man...
Nelson Mandela, zwijg me over die vent! Heb je die Zuid-Afrikanen al eens Nederlands horen spreken? Zelfs Isabelle Durant maakt minder grammaticale fouten, godbetert. En is het toeval dat de AIDS-epidemie zo hevig is uitgespreid in Zuid-Afrika tijdens zijn presidentschap? Volgens mij...euhm... volgens sommigen werden mensen onder zijn regime systematisch besmet met HIV door hun eigen dokters! Nee, mensen als Nelson Mandela - begrijp me niet verkeerd, dan heb ik het niet over zijn huidskleur, of toch niet enkel daarover- buiten de regering houden is een absolute voorwaarde voor het verwezenlijken van goedbestuurvoordemensen. Net zoals socialisten, Duitstaligen, weeskinderen & puppies trouwens. Prettige dag verder. (Staat op, duwt een gehandicapte uit zijn rolstoel en trapt een zwangere vrouw vol in de maag, alvorens zich al vloekend naar de uitgang te begeven.)
Nelson Mandela, zwijg me over die vent! Heb je die Zuid-Afrikanen al eens Nederlands horen spreken? Zelfs Isabelle Durant maakt minder grammaticale fouten, godbetert. En is het toeval dat de AIDS-epidemie zo hevig is uitgespreid in Zuid-Afrika tijdens zijn presidentschap? Volgens mij...euhm... volgens sommigen werden mensen onder zijn regime systematisch besmet met HIV door hun eigen dokters! Nee, mensen als Nelson Mandela - begrijp me niet verkeerd, dan heb ik het niet over zijn huidskleur, of toch niet enkel daarover- buiten de regering houden is een absolute voorwaarde voor het verwezenlijken van goedbestuurvoordemensen. Net zoals socialisten, Duitstaligen, weeskinderen & puppies trouwens. Prettige dag verder. (Staat op, duwt een gehandicapte uit zijn rolstoel en trapt een zwangere vrouw vol in de maag, alvorens zich al vloekend naar de uitgang te begeven.)
vrijdag 7 december 2007
Koude isolatie
Dat jaar kwam de lente niet. Je wachtte er op maar ze kwam niet. De sneeuw hield niet op met vallen, het ijs smeltte niet en het bleef het hele jaar koud en donker.
Je had nooit opgemerkt wat voor isolerend effect de sneeuw had. Het was alsof elk omgevingsgeluid er door opgeslorpt werd, in die mate dat wanneer je 's nachts buiten stond enkel het stille ademen van de wind en af en toe het voorzichtig voortbewegen van een wagen hoorbaar waren.
In april begon je familie de afwezigheid van de lente op te merken. Je vader klaagde over het zout op de wegen en hoe dat de wagen deed roesten. Na een tijdje merkte ook de buurt het op en je hoorde de mensen er steeds vaker over spreken, weliswaar op luchthartige toon. Ze maakten wel grappen over hun ontevredenheid maar niemand leek zich echt zorgen te maken. Niemand was bang in dit kleine dorp, of niemand gaf dat in ieder geval toe. Maar jij was wel bang. Jij wou de lente, je keek altijd uit naar de lente en je begon te vrezen dat ze nooit meer zou komen. De zomer was weliswaar je favoriete seizoen, maar die duurde hier nooit lang. Twee maanden als je veel geluk had, maar normaal gezien hooguit vijf weken. Dit ontleende de lente een dubbel belang: ze verwijderde de gehate winter en ze voorspelde de komst van de felbeminde zomer. Maar de lente kwam niet.
Iedere jaar begon je reeds tijdens de winter geleidelijk aan uit te kijken naar de lente. Je lette wel op niet te snel te ongeduldig te worden, dat zou immers enkel onnodige stress veroorzaken. Maar tegen dat het maart was stond je iedere morgen hoopvol op, in de verwachting dat de sneeuw zou wegsmelten. Je kreeg hevig heimwee naar onbegraven gras en weersomstandigheden die zonder regenjas trotseerbaar waren. Je keek altijd uit naar die eerste echt mooie dag van het jaar, waarop de zon helder zou schijnen, waarop de lucht nauwelijks wolken zou kennen en waarop je als een bezetene over het gazon zou dansen tot je duizelig werd. Maar dat jaar bleef de lente uit. Iedere ochtend na poisson d'April was gevuld met verwachting. Vandaag, vandaag was de dag dat de sneeuw zou smelten. Maar iedere morgen werd je wakker in een witte wereld. En je kreeg steeds meer schrik.
Je familie sprak er uiteindelijk niet meer over en deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Je zussen geraakten hun sneeuwballengevechten nooit moe, het hele jaar lang niet. Je vader en moeder maakten geen opmerkingen meer en de buren vertelden geen grappen. Misschien waren zij net zo bang als jij, of misschien waren ze er aan gewend geraakt... gewend aan de eeuwige winter.
De media ging er volledig aan voorbij. De gezinnen uit je buurt geraakten steeds meer geïsoleerd. Geen spontane gesprekken over de toestand van de tuin, geen barbecue-uitnodigingen en geen vuurwerk op de dagen dat er normaal vuurwerk was. De schoorstenen rookten het ganse jaar door en je vader hield uiteindelijk zelfs op met klagen over de energierekening.
Nu begonnen de kleine dingen op je zenuwen te werken. Je moest je haar altijd volledig droog blazen voor je naar buiten ging of het zou gegarandeerd bevriezen terwijl je wachtte op de bus. Het duurde bovendien vaak meer dan tien minuten voor je voldoende aangekleed was om naar buiten te kunnen. En elke dag moest je die lelijke met wol beklede laarzen en onhandige wanten aantrekken. Je kon niet meer voetballen op de oprit en zelfs sleeën begon saai te worden tegen mei.
Juni kwam, ging en de sneeuw bleef liggen. Het einde van het schooljaar verergerde de zaken enkel. Wat was de zin van een zomervakantie wanneer het bijna altijd sneeuwde en het buiten nooit meer dan -15 graden was? De jaarlijkse familiale kampeervakantie werd dit jaar geschrapt, zonder dat iemand er iets over vermelde. Je ging niet vissen en je reed niet rond op je fiets. Iedere morgen nam je hoop dat de sneeuw zou zijn gesmolten af. Je kon maar zoveel keer teleurgesteld worden alvorens je wel realistisch moést worden.
Bijna elke dag van die zomer bracht je binnen door, voor de televisie of achter het fornuis, moeder helpende met het bereiden van het eten. Het frustreerde je dat je zussen zo gelukkig leken - je ouders hadden tenminste de hoop opgegeven en waren de koude even beu als jij. Maar je zussen kropen 's nachts gezellig samen in één slaapzak en speelden ganse dagen buiten, in de met sneeuw gevulde zandbak waar ze sneeuwman na sneeuwman maakten. Je bekeek hen door het raam en werd woedend en steeds angstiger.
Soms werd je wakker, enkel om uren in bed te blijven liggen. Wanneer je uiteindelijk toch opstond liet je de gordijnen van je kamer dicht en keek je niet naar buiten. Je deed alsof het een echte zomer was en je er gewoon voor gekozen had die dag niet naar buiten te gaan. Maar je kon jezelf niets wijsmaken. Met je ouders leek je elke dag dezelfde gesprekken te voeren. Aan je moeder vroeg je welke films die week in de zalen kwamen en of je ze zou kunnen gaan bekijken. Zij antwoordde dan steevast dat jullie volgende week misschien samen naar de bioscoop zouden gaan. Aan je vader vroeg je zijn mening over de voorpagina's van de kranten, om vervolgens de tegenovergestelde positie aan te nemen en met hem te discussiëren. Meestal verloor je het debat, soms wist je hem te overtuigen. Maar de gesprekken hielden de winter en de angst slechts uit je hoofd voor enkele ogenblikken en eens ze voorbij waren en je terug keerde naar je gedachten, kwamen de winter en de angst meteen terug, nog heviger aanwezig dan voordien.
Een nieuw schooljaar begon maar het voelde als de verderzetting van het vorige, omdat de winter nooit voorbij was gegaan. Je wachtte op de bus met minder zenuwen dan gewoonlijk op de eerste schooldag. Tijdens de reis had niemand het over de sneeuw en de koude of het gebrek aan lente. Jij vertelde over je vakantie - je noemde het nooit zomervakantie - en alle anderen hadden blijkbaar een even saaie vakantie als jij gehad, al vertelden ze er over alsof ze zich kostelijk geamuseerd hadden.
Die eerste dag, en elke dag erna, zeiden je leerkrachten niets over de winter die niet voorbij was gegaan. Je vermoedde dat zij er blij om waren, blij dat jouw zomer bedolven was door wit. Zij waren hoogstwaarschijnlijk ergens heen getrokken waar de sneeuw wel gesmolten was, of waar de winter zelfs nooit kwam. Je lette nauwelijks op tijdens de lessen en de weken gingen voorbij, een stuk sneller dan dat ze dat de voorbije schooljaren ooit hadden gedaan.
Toen de kerstvakantie kwam was je vergeten dat de dingen ooit anders waren. Je was er je nauwelijks van bewust dat er buiten winterweer nog ander weer waarschijnlijk, of zelfs mogelijk was. Je zussen hadden nog steeds niets door, maar dat vergaf je hen. Je ouders deden nu alsof dit was hoe het altijd was en altijd zou zijn. En jij aanvaardde het. Het had een jaar geduurd, maar je aanvaardde het. Dit was jouw leven, dit waren de weersomstandigheden waarin dat leven zich afspeelde, en misschien zou het kunnen veranderen, misschien zou jij het kunnen veranderen, maar dat deed het niet en jij zou dat ook nooit doen.
Misschien kwam die volgende april de lente. Of misschien bleef de winter voor goed. Je besteedde er geen aandacht meer aan, je besefte niet eens dat verandering mogelijk was en zo gleed je door de tijd zonder iets op te merken. En terwijl je vrees zich omzette in werkelijkheid, bleef de angst bestaan. Maar je leerde hem negeren en je leerde er mee te leven.
zaterdag 1 december 2007
De formatiecrisis, voor kids
Het maakt mij altijd een beetje week wanneer ik zie dat mensen, tegen beter weten in, toch steeds weer terugvallen op oude gewoontes die ze - meestal onder druk van de alles meeslepende tijdsgeest -dik tegen hun goesting hebben moeten afleren.
De paus die even langs de neus weg al het kwaad uit de wereldgeschiedenis in de schoenen van - hier komt ie - atheïsme schuift, Michel Verschueren die VJ Tony-gewijs panikeert bij een onschuldige vraag van Humo over Constant Van Den Stock en uitschreeuwt dat "normale" mannen niet op andere mannen vallen of De Standaard die de laatste maanden weer minder en minder moeite doet om haar verleden als tsjevengazet te verbergen... het zijn slechts enkele voorbeelden van dit courante fenomeen.
Dat laatste voorbeeld zou ik vandaag even verder willen duiden. Inderdaad, het is weer tijd voor - cue de dreigende horrorfilmmuziek en in paniek wegvluchtende vrouwen en kinderen - MIJN POLITIEKE MENINGEN. Nu, ik weet, de kans dat een CD&V-kiezer dit leest en denkt "hmm, misschien heb ik mij toch vergist door in juni voor Leterme te stemmen" is ongeveer even groot als de kans dat een Tokio Hotel-fan dit of dit leest en denkt (op voorwaarde dat ze überhaupt kunnen lezen/denken) "waar ben ik toch mee bezig? Ik smijt mijn TH-rommel weg en ga in mijn polsen snijden zoals iedere normale puber!". Maarrrrr... preaching to the choir kan ook leuk zijn, zeker wanneer het koor een stuk sympathieker is dan de kerkgangers.
Ik besef dat ik net Tokio Hotel fans vergeleken heb met CD&V-kiezers. Dat is niet eerlijk, ik ben zelf ook jong en onnozel geweest, ooit, heel lang geleden. Daarom bied ik mijn puisterige vrienden de vredespijp aan: als wiedergutmachung zal ik speciaal voor hen (en allez vooruit, ook wel een beetje voor u) vertellen over dat ééne onderwerp dat al decennialang pubers van alle geslachten, nationaliteiten, sociale klasses & geaardheden verenigd in eindeloze fascinatie: SEKS DE POLITIEKE ACTUALITEIT. Dat was ik toch al van plan (zie de vorige alinea) en nu heb ik een excuus om niet te hard na te moeten denken en het in kinderlijke taal te doen: iedereen gelukkig!
Dus, beste TH-ers, jetzt geht's lös!
Stel je een klas 10-jarigen voor, niet veel verschillend van die waar jullie zelf inzitten. Er zitten stoere, van haantjesgedrag en testosteron overlopende jongetjes in die klas, maar ook, weliswaar fysiek zwakkere maar zekere niet hulpeloze, meer ingetogen & rustigere meisjes. Voor de schoolreis van volgende week mag de klas zelf in onderling overleg haar activiteiten bepalen, want dit is - om de allegorie te doen werken - een bizarro wereld zonder leerkrachten of andere autoriteitsfiguren.
Uiteraard lopen de interesses van de jongens en de meisjes sterk uit mekaar, dus moeten er compromissen gesloten worden. De jongens schuiven Ivo naar voor, een ietwat schuchter slungelig mannetje. Redelijk saai, maar bijgevolg wel in de mogelijkheid met iedereen door één deur te gaan en daardoor onbegrijpelijk populair in de klas, zij het vooral bij de jongens. Ivo heeft het namelijk niet zo begrepen op meisjes (die hij maar dom vindt), maar zij tolereren hem desondanks, mede omwille van zijn ontwapenende guitige glimlach.
Het probleem is echter dat Ivo achter de schermen moet luisteren naar Bert, een fors gebouwde, vroegrijpe kerel die als enige reeds haar onder zijn oksels heeft. Bert heeft een nog veel grotere afkeer van meisjes en zou het liefst van al gewoon een jongensschool oprichten. In die schoolreis heeft hij bijgevolg ook al helemaal geen zin. Dit maakt het erg moeilijk voor Ivo om met de meisjes - die door de agressiviteit van Bert ook steeds argwanender en meer terughoudend worden - een dagplanning te maken en de schoolreis moet hierdoor verschillende keren uitgesteld worden wegens het uitblijven van zelfs maar een akkoord over de bestemming, laat staan dat er een dagplanning op tafel komt.
Na lang geruzie, het schooljaar zit er intussen bijna op, hebben de jongens en de meisjes dan toch een rudimentaire planning uitgewerkt. In de voormiddag wordt er gevoetbald, in de namiddag gaan ze ponyrijden en 's avonds lezen ze gezellig mekaar voor uit het archief van Ozon. Tot Bert, de bus is net gearriveerd en iedereen is klaar om in te stappen en te vertrekken, plots al deze plannen van tafel gooit en EIST dat ze na het voetballen een stripclub bezoeken, om vervolgens wat barbiepoppen te vernielen en de avond af te sluiten met een gezellig boer- en scheettornooi. De meisjes zijn het hier uiteraard niet mee eens en laten weten niet meer mee op reis te gaan, waardoor de jongens de kosten van de busreis niet volledig betaald krijgen en dus ook nergens heen kunnen. (Tenzij ze misschien op het pleintje naast de school, bij die langharige bedelaar met zijn eigenaardig ruikende plantjes iets kunnen gaan schooien.)
Volgens De Standaard (en zowat alle andere Vlaamse media uitgezonderd die neo-Stalinastische linkse ratten van De Morgen) zijn in dit verhaaltje dus die verdomd koppige meisjes de Grote Schuldige. Van een zogenaamde "kwaliteitskrant" verwachtte ik persoonlijk toch net iets meer, maar dat zal ongetwijfeld weer aan mij liggen. Begrijpen wie begrijpen kan.
zondag 18 november 2007
Een denker
"Neenee, je vergist je volledig!"Johan was duidelijk weer in een filosofische bui. Ik trok een wenkbrauw op en vroeg me af waarover ik me deze keer nu weer volledig vergiste.
"Elleboogmutsen!"
"Elleboogmutsen?"
"Absoluut!"
Er zwommen beelden van aan de ellebogen gehechte lapjes wol door mijn hoofd. Op een of andere manier begreep ik niet helemaal hoe die aan een gestrekte arm zouden kunnen blijven hangen.
"Zoals een sok, maar dan voor de arm?"
"Voilà. Denk er maar eens over na: wat is hét lichaamsdeel dat het koudste aanvoelt bij winderig weer? De ellebogen! Ze steken eruit langs de kanten en vangen alle wind op."
We zaten buiten op een terras, ergens in de late herfst. De zon bood dapper weerstand aan de opkomende winter, maar ik ging er van uit dat ze wist dat ze uiteindelijk waardig zou moeten opgeven, enkel om haar spel de volgende ochtend te hervatten. Net zoals een goeie slechterik uit een stripreeks keert ze altijd terug voor de volgende aflevering. Voorlopig wierp ze echter nog een oranje gloed over ons die de half-volle bierglazen op het tafeltje verlichte. Of misschien waren ze half-leeg. Dat onderwerp was nog niet ter sprake gekomen, al zou dat ongetwijfeld nog wel gebeuren, uiteindelijk.
Johan zat vol met briljante ideeën. Geen praktische ideeën, zelfs geen enigszins bruikbare ideeën, maar toch waren ze allemaal adembenemend omwille van hun bizarre logica waardoor je telkens enkel met je ogen kon knipperen terwijl je probeerde de vinger te leggen op het exacte moment dat het idee de rationele wereld verliet. Johan was een denker, zoveel was zeker. Met een lang volgehouden slok leegde hij zijn glas.
"Weet je, ik heb eens nagedacht."
"Toch niet weer over het ruimte-appartement?"
"Neenee, dit is serieus." Deze uitspraak werd bevestigd door de bezorgde blik in zijn ogen. "Weet je hoe ik zei dat al mijn vrienden de laatste tijd een vijs los lijken te hebben? Wel, ik heb eindelijk achterhaald hoe dat komt. Je weet wat er gebeurd is tussen Joris & Katrien?"
Joris & Katrien waren twee vrienden van Johan die ik kende van zicht, maar waar ik hoogstens een dozijn woorden mee gewisseld had. Het laatste wat ik wist van hen was dat ze nu bijna een jaar samen een koppel vormden. Toch knikte ik. Dat was sneller en Johan had sowieso de neiging in zijn verhalen de belangrijkste feiten een paar keer te herhalen.
"Wel, ze hebben mekaar nu al bijna een maand niet meer gesproken, en gisterenavond werd het me plots allemaal duidelijk. Ik heb het ontrafeld, alle puzzelstukjes passen in mekaar en het is echt volledig gestoord. Denk eens even na - wat zou iemand jou kunnen aandoen dat je ze volledig zou negeren voor zo'n lange periode?"
"Euh... ik weet het niet... als ze je bedrogen, misschien?"
"Precies! En Joris heeft nu al even lang ook geen woord meer gewisseld met Dennis, wat kan je daar uit afleiden?"
"Dennis heeft met Katrien geslapen?"
"Precies!"
Wel, dat was één verklaring natuurlijk. Er waren waarschijnlijk verschillende andere mogelijkheden - ik kon er zo meteen toch al twee of drie bedenken. Maar ik wist dat Joris er geen oren naar zou hebben.
"Zoiets DOE je gewoon niet, Man!"
Ik stemde in, merkte dat mijn glas ook leeg was en bood aan het volgende rondje te betalen. De binnenkant van het café was donker, rokerig en gevuld met het gerinkel van pokermachines. Er zaten een paar mensen aan de machines, een lege uitdrukking op hun gezicht, niet beseffend dat hun winstkans lager werd naarmate ze langer bleven zitten. Ik werd gegrepen door een plotse tristesse. Niet omdat ze hun geld wegsmeten maar omdat ze gewoon niet nadachten over wat ze deden. Ik bestelde twee biertjes en ging terug naar buiten.
Johan was nergens meer te zien.
Toen ik 's avonds opgebeld werd door de politie was ik slechts in geringe mate verrast. Ja, ik was bij hem deze namiddag. Nee, hij gedroeg zich niet gewelddadig. Nee, ik zou hem niet omschrijven als paranoïde. Euhm ja agent, ik kan wel wat vragen komen wat beantwoorden.
Johan was een denker. Soms dacht hij een beetje te veel.
zaterdag 29 september 2007
Hitlers naakte voeten
Hij doofde zijn sigaret en keek me aan. Ik hield mijn adem in, exhaleerde rook. Er waren nauwelijks lampen in dit café, maar de gebouwen van de stad en de lucht buiten zorgden voor voldoende lichtinval.
"Als er één ding is dat ik geleerd heb in dit leven... dan is het dat een man op zijn eigen voeten moet staan." Na enkele minuten stilte was hij nu plots beginnen spreken met overdreven luide stem. Ik inhaleerde in stilte en schraapte mijn keel. Er hing een ongemakkelijke sfeer maar hij ging onverstoord verder:
"Oh ja, absoluut.", zijn stem klonk tevreden nu. "Met een stevig paar voeten kan je alles aan. Bekijk die gebouwen daar maar eens."
Ik draaide me om en keek door de ramen. De stad leefde en ademde, snelde met haar eigen bloed.
"Vraag het aan eender welke architect of metser, ze zullen allemaal hetzelfde zeggen: alles draait om het fundament. Met een goed fundament kan je alles aan. Jezelf verwortelen in de grond, een anker vinden. Daar is het mij om te doen."
Ik lachtte flauwtjes, niet goed wetend of ik iets moest antwoorden. Ik mompelde iets over schoenen, terwijl ik mijn hand naar mijn kopje thee uitstak. Dat daverde terwijl hij met blote hand op de tafel sloeg. Ik greep het kopje met beide handen vast en bracht het haastig naar mijn lippen.
"Dat is precies waar ik het over heb, man! Schoeisel! Schoeisel, godverdomme! Maar... laat me even nadenken."
Hij leunde samenzweerderig voorover, en liet zijn ellebogen rusten op de tafel.
"Een schoen... is een verpakking. Voor de voeten. Maar het is een verpakking zoals een kartonnen doos een verpakking is. Gebouwd om zijn vorm te bewaren. En dat is het probeem. Je moet een schoen als het ware 'inwijden', inlopen zeg maar, om zich aan te passen aan de vorm van je voet."
Ik knikte. Knikken deed ik vaak. Het moedigt mensen aan veel te praten zonder dat ik zelf iets moet zeggen.
"Het lastige is dat, op zekere wijze, je voet zich omgekeerd ook aanpast aan de schoen. Iets... de vorm... wordt gewijzigd. Dat heb je met schoenen, ze wijzigen de voeten. Ze veranderen de voeten. En, je weet... een voet... Wel, voeten zijn het fundament van een man."
"Zoals bij een gebouw?" vroeg ik, want ik voelde dat ik op dit moment iets moest bijdragen aan het gesprek.
Zijn ogen lichtten op en hij greep me bij de schouder, waardoor ik me schrap moest zetten om mijn thee niet te morsen.
"Exact! De voeten zijn het fundament! Nu, in een gebouw kan je het fundament niet veranderen zonder daarmee meteen ook het hele gebouw te wijzigen. Je moet rekening houden met bepaalde toelatingen, optellingen, aftrekkingen. Met mensen is dat niet anders. Je kan de voeten niet veranderen zonder de man te veranderen. Denk er eens over na: wij gebruiken onze voeten iedere dag. Als we nu onze voeten op eender welke manier zouden veranderen, zouden we automatisch ook onszelf veranderen. Het begint met een andere pas, een andere manier van lopen. We bewegen anders. Leven is verplaatsen. Van punt A naar punt B gaan. Als we ons anders door de wereld bewegen, dan zien we die wereld ook anders. Iemand die mankt ziet de wereld niet op dezelfde manier als iemand die op een normale manier wandelt, dat is een feit. Trappen zijn anders, bochten zijn anders, voetpaden, wegen, auto's, modder en zand zijn allemaal anders. Het gezichtspunt is anders! De perceptie is anders!"
Ik richtte mijn blik naar het licht. Buiten was het wat donkerder geworden nu. Maar het was nog steeds mijn stad. De stad waarin ik leefde, waarin ik werkte en waarin ik mij verborg.
"Dat is de moeilijkheid met schoenen."
Ik knikte. Hij was duidelijk compleet gestoord, maar ik kon de grote lijnen van zijn uitleg nog wel volgen. Ik wou naar zijn schoenen kijken.
" Sokken beste kerel!", zei hij, zijn vuisten op de tafel slaande. Enkele druppels tee vlogen uit mijn kopje en op het tafelkleed.
"Sokken geven geen vorm aan de voet! De voet is als water, hij vult de sok als een vloeistof. De hielen en de tenen zijn enkel gidsen, maar ze geven geen vorm aan de voet!"
Ik dacht terug aan toen hij binnenkwam in het café en zich onuitgenodigd naar mijn tafel begaf. Ik kon me geen voetstappen herinneren.
"Zeg eens... wat denk jij over goed en kwaad?"
Ik wist niet wat te zeggen. Hij merkte het en pikte er op in.
"Goed en kwaad bestaan."
Hij staarde me aan. Ik knikte enkel.
"Mensen kijken terug op Hitler en zeggen dat ze kwaad konden zien in hem, in zijn handtekening toen hij dit of dat verdrag tekende, of hoe zijn schedel een zwakke structuur had, de helling van zijn voorhoofd was niet juist, de lijnen in zijn handpalmen voorspelden de Tweede Wereldoorlog... Allemaal onzin. Kijk naar zijn voeten. Bekijk gewoon zijn naakte voeten."
Ik had Hitlers voeten nooit gezien.
"Kijk naar die laarzen die hij droeg. Stijf, onbuigzaam, zijn voeten mochten niet eens groeien zoals het hoort, ademen zoals het hoort. Daar hadden we onze lessen uit moeten trekken. Kijk... wij willen niks opdringen over goed en kwaad. Nee. Wij hebben het over perfectie."
Ik trok een wenkbrauw op.
"Inderdaad ja, perfectie! Ik ben niet de enige die dit ziet. Een goeie schoen is oké. Maar wat te denken over een perfecte schoen? Een schoen die de persoonlijkheid van een voet kan bewaren terwijl hij hem tegelijkertijd omkneed tot iets beter. En wat te denken over een sok die deze vorm kan vasthouden?"
Perfecte sokken. Ik vond die van mij best knus eigenlijk. Veilig. Misschien had ik wel nieuwe sokken nodig. Er zaten geen gaten in die van mij, dacht ik.
"Wij - we zijn met vijftig - zijn dit aan het onderzoeken. We bestuderen. We catalogiseren. We onderzoeken en examineren, verzamelen en brengen bij mekaar. Voor iedere man, vrouw en kind moet er een perfecte sok bestaan: iets dat hun tenen kan vertroetelen, hun zolen al strelend kan kietelen en hun hielen kan kussen. Iets zo perfect dat de geest van de persoon die ze draagt geen kwaad meer binnenlaat. Waarom zou iemand zich uiteindelijk kwaad maken als zijn voeten zo fantastisch aanvoelen?"
Ik zei niets.
"We hebben sokken gemaakt. Duizenden paren. Telkens komen we dichter bij de absolute kennis. Kijk. Kijk, verdorie, je moét me geloven. We hebben sokken uitgevonden die een gewone man zullen veranderen in een engel, in een goddelijke manifestatie van Licht. En we hebben sokken gemaakt die een vergevingsgezinde man zullen verzuren en hem haat zullen doen voelen tegenover al wat bestaat. Wij zijn daartoe nu al in staat. Het is zo subtiel, zo onbemerkzaam, maar de verandering vindt plaats. Niemand beseft hoeveel woede of liefde een simpel stuk wol kan veroorzaken tot ze onze geheimen zien, onze mysteries kennen en beseffen dat er nog zo veel, zo veel te leren valt. Perfectie is bereikbaar. Verlichting ligt voor het grijpen. Het geheim zit in je eigen paar voeten en in de sokken die je draagt. Welke soldaat zal ten oorlog willen trekken als zijn voeten rusten in een kribbe van wolken en zonneschijn? Maar aan de andere kant: wat voor monster zal hij worden wanneer hij stijve draden en vervelende elastiek draagt? Dit zijn simpele feiten. Onze redding is ons fundament. Ons fundament is onze voeten, die gekleed moeten worden in de beste en meest vakkundig geweven sokken, zodat we onszelf niet verliezen."
Ik wierp een betekenisvolle blik naar de dienster. Ze kwam langs en ik stopte wat geld in haar hand, in stilte suggererend dat ze het wisselgeld mocht houden.
Ik stopte niet toen hij me vroeg waar ik naartoe ging. Ik stapte naar buiten, de stad in. Geluiden, geuren en gezichten. Ik ademde koude lucht in. Mijn schoenen kletterden op het voetpad.
donderdag 30 augustus 2007
Bloemen en een kruisbeeld
Alles rondom hem was gemaakt uit lood. Lood, lood, lood, lood. Een loden deur in een loden muur met daarin één raam. Het raam was zijn enige uitzichtspunt op de wereld. Een soort van televisie, bedacht hij zich plots, al had hij nooit een echte televisie gezien. Die magische pratende dozen bestonden nog niet toen hij opgesloten werd en hij had hun uitvinding ook niet weten te voorspellen. Gelukkig, want anders hadden ze hem waarschijnlijk nog vroeger opgesloten.
Dus keek hij door het raam. Hij zag een meeuw en zuchtte. Zuchten deed hij niet vaak meer. Sinds er toch nooit iemand was die hem zag leek het hem zinloos emoties te tonen. De golven hoorde hij ook niet meer. Tenzij af en toe, eens om de zoveel maanden, wanneer de stoppen plots uit zijn oren leken te vallen en hij weer enkele minuten geluiden opving. Hij haatte de golven, maar hij hield van de taferelen die zich boven hen afspeelden. Twee vogels, verwikkelt in een hevig gevecht dat pas eindigde als een van beiden dood in de zee stortte. Dit soort geweldadige vertoningen braken de monotonie van zijn bestaan.
Ook poëzie hielp hem helder blijven. Zijn favoriete gedicht had hij zelf verzonnen, lang geleden, geïnspireerd door het geweld dat altijd aanwezig was op zee.
Aarde of zee, vogel of vis
Storm is er overal
Waar de toorn wordt onderschat
Van het instinct, bovenal
De laatste zin pastte niet helemaal. Hij wist dat het niet echt ergens op sloeg maar in de vijftig jaar sinds hij het bedacht had was er nooit een slot in hem opgekomen dat beter weergaf hoe hij zich voelde: verloren, gebroken en volledig in de war.
Hij schoof ongemakkelijk over de vloer terwijl hij van positie probeerde te wisselen. Het giftige metaal van de ketenen die hem vasthielden had geen effect op zijn dikke huid. Elke keten was minstens 50 kg zwaar en had een doorsnee gelijk aan die van zijn armen. Toch betekenden ze nauwelijks meer dan een kleine ergernis voor hem. Afgezien van het feit dat ze hem vasthielden op die plaats dan.
"WAAROM LOOD !?" schreeuwde hij plots uit. Hij was steeds meer tegen zichzelf beginnen praten de laatste tijd, waarschijnlijk een teken van het afsterven van zijn geest. "Eender welk ander materiaal en ik was weg... maar LOOD." Woedend sprong hij op en trok aan zijn ketenen, die daardoor dansten als gekgemaakte slangen en tegen de muren sloegen met het geluid van een honderdtal explosies. Hij zuchtte diep en viel uitgeput terug neer. Het was toen dat, voor de eerste keer sinds zijn opsluiting op dit afgelegen eiland, de gevallen engel huilde.
Daarna sliep hij. Hij droomde op dezelfde manier als duizend keer voordien. In zijn hoofd speelden zich niet de gruwelijke nachtmerries af die men misschien zou verwachten van de grootste demoon in de gekende geschiedenis, maar gewoon... dromen.
De cel verdween en maakte plaats voor een kleine maar gezellige houten kabine in een eindeloos uitgesperd sneeuwlandschap. Hij ging naar buiten en legde zich neer in de sneeuw. Een klein zwart vogeltje landde op zijn uitgesperde klauw. "Vroeger vloog ik ook",sprak hij tot het vogeltje op een rustige, tevreden toon. "Vroeger vloog ik net als jij en zag ik de aarde uitgespreid onder mij voorbijglijden. Nu niet meer." Hij glimlachte naar het kleine dier. "Maar dat is niet erg, hier is het ook mooi." Zo lag hij daar een tijdje, met het vogeltje naast hem op zijn klauw, en hij was tevreden.
Maar de illusie bleef nooit duren. Nieuwsgierigheid stak de kop op. Hij herinnerde zich dat hij in de kabine was en nu was hij er buiten maar de overgang kon kwam niet meer in zijn gedachten terug. Hij werd zich bewust van zijn eigen gigantische omvang en besefte dat hij nooit in een dergelijke kabine zou kunnen passen. Hij dacht aan het vogeltje en hoe het afwissellend zwart en dan weer bruin scheen te zijn. Het droombeeld begon te barsten, viel uit mekaar
Hij was wakker nu en terug op het eiland. Terug in zijn cel. Terug in zijn persoonlijke hel terwijl de tranen op zijn gloeiende wangen nog verdampten. Hij kreunde van teleurstelling, dezelfde verpletterende teleurstelling die hij elke keer voelde bij het ontwaken. En zoals altijd ging de ontgoocheling ook nu snel over in woede. Hij sprong op en trok aan zijn ketens. Het explosieve geluid van lood op steen weerklonk door de kamer.
Toen keerde zijn glimlach uit de droom plots terug. Met zijn oren kon hij geluiden opvangen zoals niemand anders. Het geluid van een miniscule barst in de muur die plotseling ontstaat bijvoorbeeld. In een klap werd hij overwelmd door zelfvertrouwen. Het zelfmedelijden was verdwenen en vervangen door ambitie en verlangen.
"Alsof ze mij ooit zouden kunnen vasthouden!" schreeuwde hij. Zijn hand bewoog zich traag over zijn lichaam tot hij de zwakke keten had gelokaliseerd. Ze was rond zijn hand gewikkeld. Hij trok eraan met slechts een fractie van zijn kracht, meer kon hij niet opbrengen. Lood verzwakte hem altijd, al wist hij niet waarom. Die fractie zou echter genoeg geweest zijn om een volwassen man te verpletteren en ze volstond nu ook om de keten uit de muur te trekken. Een keten weg, nog een dozijn te gaan. Maar hij wist dat de ketenen samen een geheel vormden, een soort van puzzel. Nu een van hen was uitgeschakeld hadden de overigen evengoed van katoen kunnen zijn. Hij stond recht, de overige ketens met sprekend gemak losrukkend, en zette een stap vooruit. Vrijheid. Hij zag het crucifix dat hem al die jaren uitdagend had aangestaard aan de overstaande muur, maar voelde geen woede of haat, enkel amusement. Hij haalde het kruisbeeld van de muur.
"Een klein souvenir van slechtere dagen", mompelde hij.
Zijn vrijheid, zo had hij zich altijd voorgenomen, zou hij vieren door op de hoogste rots van het eiland te klimmen en daar een schreeuw uit te laten die al het leven in een straal van dertig kilometer zou doen beven. Maar zodra hij buiten kwam wist hij dat dit plan niet zou doorgaan. Hij sprong van de heuvel en landde op de zwarte wateren. Rustig wandelde hij over de zee, ondertussen zijn opties overwegend. Een loedblad? Regen van bliksem en vuur? Werelddominatie? Het sprak hem allemaal maar matig aan. Het enige wat hij écht wou was veel bescheidener: hij wou de plaats uit zijn dromen zien.
Dus ging hij erheen.
Hij leefde er voor een eeuwigheid. Kwaad was nog steeds aanwezig in de wereld. Noem het de erfzonde of noem het iets anders, maar mensen bleven mensen vermoorden. Hij had er echter niks mee te maken. Hij startte geen grote oorlog en verspreed honger noch ziekte. Hij leefde gewoon als een simpele man: overdag hakte hij hout, in de avonden zat hij rond het vuur. Hij leed een rustig leven in een kleine, maar gezellige kabine in de sneeuw, met bloemen en een kruisbeeld in de raamopening. En hij was gelukkig.
Dus keek hij door het raam. Hij zag een meeuw en zuchtte. Zuchten deed hij niet vaak meer. Sinds er toch nooit iemand was die hem zag leek het hem zinloos emoties te tonen. De golven hoorde hij ook niet meer. Tenzij af en toe, eens om de zoveel maanden, wanneer de stoppen plots uit zijn oren leken te vallen en hij weer enkele minuten geluiden opving. Hij haatte de golven, maar hij hield van de taferelen die zich boven hen afspeelden. Twee vogels, verwikkelt in een hevig gevecht dat pas eindigde als een van beiden dood in de zee stortte. Dit soort geweldadige vertoningen braken de monotonie van zijn bestaan.
Ook poëzie hielp hem helder blijven. Zijn favoriete gedicht had hij zelf verzonnen, lang geleden, geïnspireerd door het geweld dat altijd aanwezig was op zee.
Aarde of zee, vogel of vis
Storm is er overal
Waar de toorn wordt onderschat
Van het instinct, bovenal
De laatste zin pastte niet helemaal. Hij wist dat het niet echt ergens op sloeg maar in de vijftig jaar sinds hij het bedacht had was er nooit een slot in hem opgekomen dat beter weergaf hoe hij zich voelde: verloren, gebroken en volledig in de war.
Hij schoof ongemakkelijk over de vloer terwijl hij van positie probeerde te wisselen. Het giftige metaal van de ketenen die hem vasthielden had geen effect op zijn dikke huid. Elke keten was minstens 50 kg zwaar en had een doorsnee gelijk aan die van zijn armen. Toch betekenden ze nauwelijks meer dan een kleine ergernis voor hem. Afgezien van het feit dat ze hem vasthielden op die plaats dan.
"WAAROM LOOD !?" schreeuwde hij plots uit. Hij was steeds meer tegen zichzelf beginnen praten de laatste tijd, waarschijnlijk een teken van het afsterven van zijn geest. "Eender welk ander materiaal en ik was weg... maar LOOD." Woedend sprong hij op en trok aan zijn ketenen, die daardoor dansten als gekgemaakte slangen en tegen de muren sloegen met het geluid van een honderdtal explosies. Hij zuchtte diep en viel uitgeput terug neer. Het was toen dat, voor de eerste keer sinds zijn opsluiting op dit afgelegen eiland, de gevallen engel huilde.
Daarna sliep hij. Hij droomde op dezelfde manier als duizend keer voordien. In zijn hoofd speelden zich niet de gruwelijke nachtmerries af die men misschien zou verwachten van de grootste demoon in de gekende geschiedenis, maar gewoon... dromen.
De cel verdween en maakte plaats voor een kleine maar gezellige houten kabine in een eindeloos uitgesperd sneeuwlandschap. Hij ging naar buiten en legde zich neer in de sneeuw. Een klein zwart vogeltje landde op zijn uitgesperde klauw. "Vroeger vloog ik ook",sprak hij tot het vogeltje op een rustige, tevreden toon. "Vroeger vloog ik net als jij en zag ik de aarde uitgespreid onder mij voorbijglijden. Nu niet meer." Hij glimlachte naar het kleine dier. "Maar dat is niet erg, hier is het ook mooi." Zo lag hij daar een tijdje, met het vogeltje naast hem op zijn klauw, en hij was tevreden.
Maar de illusie bleef nooit duren. Nieuwsgierigheid stak de kop op. Hij herinnerde zich dat hij in de kabine was en nu was hij er buiten maar de overgang kon kwam niet meer in zijn gedachten terug. Hij werd zich bewust van zijn eigen gigantische omvang en besefte dat hij nooit in een dergelijke kabine zou kunnen passen. Hij dacht aan het vogeltje en hoe het afwissellend zwart en dan weer bruin scheen te zijn. Het droombeeld begon te barsten, viel uit mekaar
Hij was wakker nu en terug op het eiland. Terug in zijn cel. Terug in zijn persoonlijke hel terwijl de tranen op zijn gloeiende wangen nog verdampten. Hij kreunde van teleurstelling, dezelfde verpletterende teleurstelling die hij elke keer voelde bij het ontwaken. En zoals altijd ging de ontgoocheling ook nu snel over in woede. Hij sprong op en trok aan zijn ketens. Het explosieve geluid van lood op steen weerklonk door de kamer.
Toen keerde zijn glimlach uit de droom plots terug. Met zijn oren kon hij geluiden opvangen zoals niemand anders. Het geluid van een miniscule barst in de muur die plotseling ontstaat bijvoorbeeld. In een klap werd hij overwelmd door zelfvertrouwen. Het zelfmedelijden was verdwenen en vervangen door ambitie en verlangen.
"Alsof ze mij ooit zouden kunnen vasthouden!" schreeuwde hij. Zijn hand bewoog zich traag over zijn lichaam tot hij de zwakke keten had gelokaliseerd. Ze was rond zijn hand gewikkeld. Hij trok eraan met slechts een fractie van zijn kracht, meer kon hij niet opbrengen. Lood verzwakte hem altijd, al wist hij niet waarom. Die fractie zou echter genoeg geweest zijn om een volwassen man te verpletteren en ze volstond nu ook om de keten uit de muur te trekken. Een keten weg, nog een dozijn te gaan. Maar hij wist dat de ketenen samen een geheel vormden, een soort van puzzel. Nu een van hen was uitgeschakeld hadden de overigen evengoed van katoen kunnen zijn. Hij stond recht, de overige ketens met sprekend gemak losrukkend, en zette een stap vooruit. Vrijheid. Hij zag het crucifix dat hem al die jaren uitdagend had aangestaard aan de overstaande muur, maar voelde geen woede of haat, enkel amusement. Hij haalde het kruisbeeld van de muur.
"Een klein souvenir van slechtere dagen", mompelde hij.
Zijn vrijheid, zo had hij zich altijd voorgenomen, zou hij vieren door op de hoogste rots van het eiland te klimmen en daar een schreeuw uit te laten die al het leven in een straal van dertig kilometer zou doen beven. Maar zodra hij buiten kwam wist hij dat dit plan niet zou doorgaan. Hij sprong van de heuvel en landde op de zwarte wateren. Rustig wandelde hij over de zee, ondertussen zijn opties overwegend. Een loedblad? Regen van bliksem en vuur? Werelddominatie? Het sprak hem allemaal maar matig aan. Het enige wat hij écht wou was veel bescheidener: hij wou de plaats uit zijn dromen zien.
Dus ging hij erheen.
Hij leefde er voor een eeuwigheid. Kwaad was nog steeds aanwezig in de wereld. Noem het de erfzonde of noem het iets anders, maar mensen bleven mensen vermoorden. Hij had er echter niks mee te maken. Hij startte geen grote oorlog en verspreed honger noch ziekte. Hij leefde gewoon als een simpele man: overdag hakte hij hout, in de avonden zat hij rond het vuur. Hij leed een rustig leven in een kleine, maar gezellige kabine in de sneeuw, met bloemen en een kruisbeeld in de raamopening. En hij was gelukkig.
zaterdag 21 juli 2007
Verder durven gaan
Ik stapte de trein uit in Brussel - Centraal om 6 uur 's morgens. Het was reeds bijzonder druk maar dat stoorde me niet. De drukte vermijden was niet mijn doel geweest, integendeel zelfs, ik had simpelweg de eerste trein genomen omdat slapen er 's nachts toch nog nauwelijks van kwam. Niet sinds het gebeurde en al zeker niet meer sinds hij kwam.De mensen in het station leken doelloos rond te lopen, maar dat was natuurlijk niet zo. Ze hadden allemaal een zeer goede reden om daar te zijn. Hoewel, zeer goed... nuja, ze hadden in ieder geval een reden.
Maar dat interesseerde me op dat moment eigenlijk al lang niet meer. Het was een lange, slopende treinrit geweest en ik zag er uit als een dakloze: ongekamd haar, diep ingezonken, verduisterde ogen. In zekere zin was ik natuurlijk ook een dakloze. Twee weken geleden was mijn appartement in Tilburg, waarvoor ik met veel moeite maandelijks de huur betaalde, uitgebrand en 13 dagen geleden kreeg ik van mijn man bij de verzekeringen te horen dat de schade niet gedekt zou worden. De kleine lettertjes niet gelezen ofzo, al weet ik nog steeds niet wat er daarin precies te lezen viel.
Feit was dat mijn geld zo goed als op was en ik bij mijn achtertante in Oostende had moeten intrekken. Daar verbleef ik reeds vijf dagen toen het begon. Ze dook op en ging niet meer weg. Een stem die om de tien minuten mijn dromen onderbrak om me toe te spreken in een vervelende, overdreven enthousiaste stem.
De stem was verschrikkelijk en deed me geregeld in tranen uitbarsten op het werk, eerst simpelweg omdat ik de gedachte aan haar zo beangstigend vond maar daarna ook omdat haar eigenaar zich plots in de bureaustoel naast mij bevond. Ook in de cafetaria was hij telkens aanwezig wanneer ik daar een stap binnen durfde zetten. En op de straat. En in de metro. Zelfs als ik thuiskwam en me in de zetel nestelde was hij daar: in mijn tuin, voor het vensterraam, mij aansstarend met die blik... die glazige, koude blik die me van binnenuit vernietigde.
Ik belde de politie, verschillende keren, maar wanneer ik hem beschreef lachtten zij me enkel uit. Niet dat ze hem hadden kunnen vatten als ze wilden: hij kon net zo onopgemerkt verdwijnen zoals hij telkens uit het niets verscheen. Hij wist hoe hij moest krijgen wat hij wou en hij zou niet rustten voor ook ik hem dat gaf.
Uit wanhoop besloot ik een reis te ondernemen naar een plaats waar ik nog nooit geweest was. Ik koos voor Brussel, in de hoop dat mijn achtervolger me zou verliezen in de drukte die daar altijd aanwezig is, zelfs in de zomermaanden. Daarom begaf ik me zo snel mogelijk van het peron in de uniforme menigte van mooie, jonge mensen met glanzende haren (zonder puntjes) en blinkende tanden en haastte ik me naar het hotel dat ik geboekt had.
Op mijn kamer aangekomen deed ik meteen de deur achter me dicht om ze vervolgens te sluiten en te barricaderen met een toevallig vlak in de buurt staande brandkast. Toevallig was het natuurlijk niet écht, alles was immers perfect in deze wereld, voor iedereen behalve mij dan toch. De deur een paar keer op stevigheid getest, liet ik me neervallen op het bed om vrijwel onmiddelijk in slaap te vallen. Het was de beste nachtrust die ik in jaren, of misschien wel gewoon ooit, had gehad.
Toen ik de volgende ochtend wakker werd hoorde ik een vreemd geluid. De televisie stond aan maar het scherm was gevuld met sneeuw. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan en zette het toestel terug uit. Plots hoorde ik voetstappen, vlakbij. Mijn hoofd en de kamer begonnen te draaien. Toen het beeld voor mijn ogen terug helder werd zag ik dat de kamerdeur op een kier stond. Mijn barricade, de brandkast, lag op haar zijde gekanteld.
Het was duidelijk wat er gebeurd was. Slechts één iemand kon dit gedaan hebben. Ik greep haastig naar het pistool dat ik bij het vertrek de dag voordien uit voorzorg in mijn broekzak had verborgen en hoorde de TV terug aan gaan. Ik draaide me om en stond plots oog in oog met mijn nemesis, die nonchalant tegen het toestel leunde en nog maar eens die verschrikkelijke, moordende woorden herhalen die in mijn oren sneden als waren ze gemaakt van boter:
"Wist je dat inboedelverzekering bij ING sinds deze maand 15% voordeliger is?"
Ik schreeuwde mijn woede uit. Dezelfde weirdo in een oranje leeuwenpak die me had laten vallen toen ik hem het meeste nodig had smeekte me nu om terug te komen. Maar dan kende hij mij niet. Ik hefte mijn revolver op en richtte. Vier schoten weerklonken in de hotelkamer. Drie kogels voor hem en dan nog een voor mij. De ING leeuw kon me nu niet meer storen.
zaterdag 16 juni 2007
Ellinor (Niet Rigby)
Ellinor was blonder dan een extra groot vat Leffe radieuse
"Eeuwige trouw aan mijn Scandinavische roots" was haar levensleuze
het was daarom dat ze Zweeds sprak met haar hond
hoewel ze van die taal eigenlijk geen enkel woord verstond
"Eeuwige trouw aan mijn Scandinavische roots" was haar levensleuze
het was daarom dat ze Zweeds sprak met haar hond
hoewel ze van die taal eigenlijk geen enkel woord verstond
Wolfgang was een jonge god met een lijf als een kathedraal
Hij werd tot ver buiten zijn Kempense heimat aanbeden
Maar had ondanks deze bijna eindeloze adoratie
Reeds verschrikkelijk veel hartezeer geleden
Hij werd tot ver buiten zijn Kempense heimat aanbeden
Maar had ondanks deze bijna eindeloze adoratie
Reeds verschrikkelijk veel hartezeer geleden
Soms sprak ze hem toe als in een droom
dan sloeg hij haar woorden om zich heen
haar zinnen verwarmden hem tijdens de koude nachten
terwijl hij op de herhalingen van Sex & the City bleef wachten
dan sloeg hij haar woorden om zich heen
haar zinnen verwarmden hem tijdens de koude nachten
terwijl hij op de herhalingen van Sex & the City bleef wachten
Hij wou niet kijken maar hij wou haar begrijpen
En nam iedere stomme scene in zich op
Zo is ook hij uiteindelijk toch gezwicht
Voor de charmes van Carrie en haar paardekop
En nam iedere stomme scene in zich op
Zo is ook hij uiteindelijk toch gezwicht
Voor de charmes van Carrie en haar paardekop
Vroeger was zijn leven tango, toen kwam zij
de tango werd een tragische wals
en dansen was er niet meer bij
de tango werd een tragische wals
en dansen was er niet meer bij
zijn gedachten klikten niet meer in mekaar
zoals een puzzel waarvan de stukken reeds lang verdwenen zijn
maar die toch nog hardnekkig blijft bestaan
als een stil monument, herinnerend aan de pijn
de pijn van alles wat vergankelijk is en alles wat eeuwig blijft bestaan
van alles wat nog moet geboren worden en alles wat reeds is vergaan
zoals een puzzel waarvan de stukken reeds lang verdwenen zijn
maar die toch nog hardnekkig blijft bestaan
als een stil monument, herinnerend aan de pijn
de pijn van alles wat vergankelijk is en alles wat eeuwig blijft bestaan
van alles wat nog moet geboren worden en alles wat reeds is vergaan
Als een dichter die iets wil vatten als remedie tegen het lege zijn
om enkel telkens te vervallen in platte melodramatiek
en te verdwalen in een bos van slechtgekozen metaforen
om dan ook nog eens te struikelen over een torenhoog cliché, elke derde lijn
om enkel telkens te vervallen in platte melodramatiek
en te verdwalen in een bos van slechtgekozen metaforen
om dan ook nog eens te struikelen over een torenhoog cliché, elke derde lijn
Tijd stond aan zijn kant tot hij haar zag aan de overzijde
en zonder twijfelen de stroom overstak
maar de ophaalbrug was slecht bevestigd
en zijn jeugdig optimisme brak
en zonder twijfelen de stroom overstak
maar de ophaalbrug was slecht bevestigd
en zijn jeugdig optimisme brak
maandag 11 juni 2007
Waarom het niet mocht zijn voor Stijn
Ieder van u die legaal in België verblijft en tevens de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt zal gisteren waarschijnlijk gaan stemmen zijn. De meer oplettenden onder u zullen gemerkt hebben dat er tussen de usual suspects deze keer ook een nieuwe partij stond, met een even simpele als onheilspellende naam: nee, ik heb het niet over de Lijst Dedecker, maar wel over "Stijn." Bij het bemerken van deze nieuwkomer vroeg ik mij uiteraard meteen af of onze nationale doelman eindelijk de handschoen (haha) had opgenomen om nu voor eens en altijd al die vervelende Portugezen - desnoods hardhandig - te verwijderen uit ons landje. De waarheid bleek echter een stuk minder onschuldig te zijn.
Na enige research ontdekte ik namelijk dat enkele "journalisten" van het weekblad Knack - ongetwijfeld geïnspireerd door de conservatieve klootzakken-hype - die momenteel woedt in de Vlaamse politiek, besloten hadden zelf ook eens een partij op te richten. En blijkbaar heten alle mannelijke journalisten bij Knack Stijn, inclusief lijstrekker én eerste opvolger Stijn Tormans - vandaar die naam. De vrouwelijke kandidaten heten gelukkig anders, hoewel: Tanja, Jasmina, Nika... het zijn namen die je eerder verwacht in een goedkoop bordeel dan op een senaatslijst.
Ook wat de politieke strategie betreft richtte Stijn zich volledig op het voorbeeld van de CD&V: men kwam namelijk op zonder programma. Vreemd genoeg lag het stemmenaantal dat Stijn op deze manier wist te vergaren beduidend lager dan dat van de tsjevenclub rond Yves "Geitenmelker" Leterme. De logische vraag die zich dus onvermijdelijk opdringt is: wat heeft Yves dat Stijn niet heeft? Wie het mij kan vertellen, mag nu zijn hand opsteken want ik zou het verdorie niet weten maar we zitten er wel mee opgescheept als eerste minister, potjandorie! (Ik moet oppassen met godslasterlijke scheldwoorden nu de tsjeven het terug voor het zeggen hebben) .
Een ding is in ieder geval zeker: geen enkel West-Vlaamse groentetuin of kermiskoers zal nog veilig zijn de komende jaren. Wie bovendien nog aan hot gay sex wil doen kan zich beter haasten en als u vermoedt dat uw vriendin ongewenst zwanger is zou ik preventief handelen en een abortus laten doorvoeren nu het nog kan want anders zal u straks de kleerhanger weer moeten bovenhalen. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.
donderdag 31 mei 2007
Odilon Mortier, 1912-2004
De naam "Odilon Mortier" zal bij vele mensen ook vandaag nog sterke emoties oproepen. Voor de ouderen is hij de man die een dikke veertig jaar geleden eindelijk de onafhankelijkheid van Oost-Vlaanderen wist te bedingen, de jongeren zullen hem dan weer eerder kennen als zanger, gitarist en songwriter van de rockgroep "Coldplay". Vandaag is het precies drie jaar geleden dat Odilon -of 'The Big O' zoals hij in de volksmond genoemd wordt - overleed en daarom kijken we vandaag hier terug op zijn rijkgevulde leven. De levensloop van Mortier is een verhaal van strijd en tragedie, maar ook en vooral een verhaal van humor en hoop. En gore seks.
Odilon Nicholastereneerroof Octopussy Mortier werd geboren aan boord van de RMS Titanic op 12 april 1912. Odilon, de zoon van een Maleisische spionne en een Hongaarse IT-specialist, leed aan de zeldzame ziekte matrixmatosis. Mensen die lijden aan deze ziekten zijn verplicht met intervallen plots even te leven in slow motion. Zo kwam het dat Mortier zijn 21ste verjaardag pas in 1940 bereikte, waarop hij zich meteen inschreef aan de toendertijd wereldvermaarde KUA (Katholieke Universiteit Aalst). Mortier was een beloftevolle student papillilogie maar de oorlog trok al snel een streep door zijn academische carrière. De KUA werd namelijk door de Franse luchtmacht platgebombardeerd als onderdeel van De Gaulle's bekende maar minder succesvol dan verhoopte 'verschroeide aarde'-tactiek.
Na enkele jaren verbeten strijd moest het Belgische leger uiteindelijk toch capituleren voor de Duitsers en Mortier - die plots besefte dat die sneljoodprocedure die hij het jaar voordien had opgestart achteraf bekeken toch geen slimme tactische zet was geweest - nam de eerste TGV richting Israel, dat in die tijd nog Armenië heette. Aangekomen in Armenia City in the Sky wist hij onder te duiken in een communistisch café waar Leon Trotski volgens de plaatselijke legende ooit nog een spelletje darts had gespeeld. Het was in dit café dat Odilon voor het eerst in aanraking kwam met de liefde.
Het object van zijn affectie heette Dimitri en werkte in het café als glazenwasser. Odilon kon uren kijken naar de sensuele kronkelingen die zijn frêle maar toch mannelijke vingers maakten over de oppervlakte van menig wijnglas en het duurde dan ook niet lang of Odilon's legendarisch grote penis bevond zich iedere nacht diep in de Dimitri's anus, die steeds meer begon weg te hebben van Renee Zellweger's gezicht zonder make up. Gelukkig was de vader van Mortier een oude legermakker van Dr. Zhivago, waardoor deze spoedig wou overkomen naar Armenië. Na enkele weken intense therapie met de dokter was Odilon's homoseksualiteit dan ook volledig genezen en kon het leven weer zijn gewone gangetje gaan. Wat het dan ook deed.

Odilon (uiterst rechts) poseert met zijn Kameraden van café "Bij Rode Jeanne", 1948
Uiteindelijk waren de jaren '50 al stevig gevorderd alvorens er nog eens een krant arriveerde in het café en de communisten beseften dat de oorlog afgelopen was. Mortier reisde terug naar voormalige thuisstad Aalst, maar bij zijn thuiskomst herkende hij haar niet meer. De ooit oh zo machtige metropool was nu verworden tot een kaal, post-apocalyptisch landschap. Mortier besloot een nieuwe politieke beweging te stichten, geïnspireerd door zijn cafébroeders in Armenië: de HT&D (Hoopvol, Trotskistisch & Democratisch).
Als voorzitter van de meteen heel succesvolle HT&D werd Mortier al snel verkozen tot Burgemeester van Aalst en in die functie bewerkstelligde hij in een recordtempo de economische heropleving en autonomiteit van de regio. Toen Oost-Vlaanderen in 1967 bij haar derde deelname als onafhankelijk land voor de eerste keer het Eurovisiesongfestival won dankzij een fantastische performance van Odilon zelf (onder de artiestennaam Odilon Bonheur) besloot Mortier zich volledig toe te leggen op zijn muziekcarrière. Het debuutalbum van zijn band "The Coldplays" ontketende meteen een muzikale revolutie en het succes zou daarna enkel nog toenemen, ook na de naamswijziging in "Coldplay" bij het overlijden van drummer Keith Moon River.
Maar op 31 mei 2004 sloeg het noodlot toe. De precieze omstandigheden van Mortier's dood zijn echter gehuld in onduidelijkheid en dit is niet de plaats om in te gaan op de complottheorieën aangaande zijn weduwe Katrien Devos-Lemmens. Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen is dat het inmiddels al in staat van ontbinding verkerende lijk van de ondertussen 27-jarige Odilon Mortier op zijn kamer teruggevonden werd in de vroege uren van de ochtend, op 3 juni. Naast hem lag een afscheidsbrief waarin Mortier uitlegde dat hij niet meer kon aanzien hoe de commercie zijn songs misbruikte terwijl de subtiele revolutionaire ondertonen van zijn wereldhits - zoals bv. "Smells Like Bolsjevic Spirit", "Hammer & Sickle-shaped Box" en "Okay So Maybe Stalin Killed Some People But He Was Still a Pretty Cool Dude (with an Awesome Moustache)"- door het grote publiek niet begrepen werden.
De staatsbegrafenis van Odilon Mortier kende een nooit eerder geziene opkomst en over het hele land imiteerden jongeren zijn zelfmoord: de jongens omdat ze het gedrag van hun held wouden emuleren en de meisjes omdat ze beseften dat ware bevrediging er na het overlijden van deze seksgod niet meer inzat voor hen.
Odilon Mortier (1912-2004): Tepelexpert, Revolutionair en Rockster maar vooral: Voorbeeld, Held en Inspiratie.
woensdag 4 april 2007
Het grote gelijk van Serge Simonart
Vanmiddag werd ik wakker: op zich een non-event. Maar binnen de context van deze dag... tja, daarbinnen eigenlijk ook. Wat is er immers trivialer dan wakker worden? In slaap vallen misschien. Alhoewel, in slaap vallen gaat meestal wel hand in hand samen met wakker worden, anders heb je een probleem. Logisch gevolg dat in slaap vallen en wakker worden ongeveer in gelijke mate voorkomen en dus ook in mekaars buurt liggen wat betreft trivialiteit. In slaap vallen en wakker worden tegelijk, dàt zou vermeldenswaardig zijn, dààr zou je nog eens over kunnen 'bloggen'. Maar enfin, uiteindelijk kan je bloggen over gelijk welke onzin, quod erat demonstrandum.
Het is pas vanaf dat je begint te schrijven met de bedoeling gelezen te worden dat de problemen zich beginnen opstapelen. Is dit niet te langdradig? Heb ik dit wel juist geformuleerd? Zou ik hier niet beter een minder banaal woord voor gebruiken? Is dit woord niet te hautain? Wordt deze opsomming niet onnodig lang? En zo zou je nog wel een tijdje kunnen verdergaan met vragen stellen, we leven immers in de vrije wereld en er staan geen straffen op langdradigheid of eindeloos doordrammen. "Helaas", hoor ik u denken.
Waar het maar op neerkomt is dat de beste schrijvers voor zichzelf schrijven. Wat niet betekent dat alle mensen die voor zichzelf schrijven goeie schrijvers zijn, integendeel. Het merendeel van hen zou nog geen pen van een tandenstoker kunnen onderscheiden moesten de pen en tandenstoker in kwestie uitgestald staan in vitrines met grote naambordjes ervoor waarop respectievelijk “PEN” en “TANDENSTOKER” staat aangegeven. Maar goed, men kan het zelfde zeggen over de schrijvers die niet voor zichzelf schrijven dus laat dit geen reden zijn om te gaan schrijven met een specifiek publiek in gedachten. En laat het zeker geen reden zijn om te gaan schrijven, tout court.
Serge Simonart zegt deze week in Humo dat het internet een plaats is voor mensen die wel muziekjournalist willen zijn maar het niet kunnen. Serge heeft uiteraard overschot van gelijk, zoals hij altijd overschot van gelijk heeft. (Als u mij niet gelooft vraag het dan maar aan Lou Reed, Nick Cave & Thom Yorke waarbij hij wekelijks over de vloer komt, al vermeldt hij dit in al zijn bescheidenheid maar vier keer per interview. Of nee, dat kan u niet vragen want u kent die mensen niet persoonlijk. In tegenstelling tot Serge Simonart. Die trouwens kind aan huis is bij David Bowie. En Lou Reed. Had ik Lou Reed al vermeld? Wel, Lou Reed dus ook. Lou & Serge noemen ze hen in Blankenberge. Want daar gaat Serge vaak wandelen met Lou Reed. Die hij persoonlijk kent. Net zoals David Bowie trouwens. En Thom Yorke.) Ik zou zelfs meer zeggen: het internet is gewoon een plaats voor mensen die willen schrijven maar het niet kunnen. Of dat nu over muziek, politiek of de laatste aflevering van Temptation Island gaat doet eigenlijk weinig terzake.
Ik zou graag beweren dat deze pagina's de uitzondering op de regel vormen maar helaas: een korte blik op het archief zou al snel mijn leugens ontmantelen. Maar soit, de buren waren het tamelijk beu dat ik iedere avond luid tegen de meubels zat te schreeuwen over de laatste wedstrijd van de rode duivels of de nieuwste single van the Pussycat Dolls. En zo is het internet dus ook een plaats voor mensen die wel luidkeels hun meubilair willen uitschelden maar het niet kunnen. Als u zich nu, na het lezen van deze update dus afvraagt waarom u weer 5 minuten vergooid heeft aan deze onzin, bedenk u dan dat er ergens in Vlaanderen een sofa staat die u erg dankbaar is.
zondag 25 maart 2007
Een rustige dag in de fabriek
De conserven schoven langzaam langs Karels neus
Het was een rustige dag in de fabriek
Dus het slome tempo van de lopende band
Vormde voor hem -gezeten aan checkpost 1- lang geen problematiek
"Ieder blik is hetzelfde", dacht Karel
"Waarom moet ik ze eigenlijk controleren?
Als ik een kwartiertje zou slapen
dat zou toch niemand deren?"
Het was een rustige dag in de fabriek
Dus het slome tempo van de lopende band
Vormde voor hem -gezeten aan checkpost 1- lang geen problematiek
"Ieder blik is hetzelfde", dacht Karel
"Waarom moet ik ze eigenlijk controleren?
Als ik een kwartiertje zou slapen
dat zou toch niemand deren?"
"Ieder blik is hetzelfde
Waarom moet ik ze eigenlijk controleren?"
Dat zou Ellen van checkpost 2 hebben gedacht
Ware het niet dat ze plots Karel in 15 gelijke delen zag passeren.
Waarom moet ik ze eigenlijk controleren?"
Dat zou Ellen van checkpost 2 hebben gedacht
Ware het niet dat ze plots Karel in 15 gelijke delen zag passeren.
maandag 12 februari 2007
Hillary in de wind
Er waait de laatste maanden een frisse, progressieve wind door de internationale politiek: de republikeinen verloren zowel de senaat als de kamer en George Bush zakt met de dag verder weg in de peilingen, in Australië voelt John Howard het warm worden onder zijn voeten waardoor hij zelfs begint te ijlen en in Frankrijk begon Segolene Royal gisteren aan haar eindsprint richting het presidentschap.
Abonneren op:
Posts (Atom)