zaterdag 21 juli 2007
Verder durven gaan
Ik stapte de trein uit in Brussel - Centraal om 6 uur 's morgens. Het was reeds bijzonder druk maar dat stoorde me niet. De drukte vermijden was niet mijn doel geweest, integendeel zelfs, ik had simpelweg de eerste trein genomen omdat slapen er 's nachts toch nog nauwelijks van kwam. Niet sinds het gebeurde en al zeker niet meer sinds hij kwam.De mensen in het station leken doelloos rond te lopen, maar dat was natuurlijk niet zo. Ze hadden allemaal een zeer goede reden om daar te zijn. Hoewel, zeer goed... nuja, ze hadden in ieder geval een reden.
Maar dat interesseerde me op dat moment eigenlijk al lang niet meer. Het was een lange, slopende treinrit geweest en ik zag er uit als een dakloze: ongekamd haar, diep ingezonken, verduisterde ogen. In zekere zin was ik natuurlijk ook een dakloze. Twee weken geleden was mijn appartement in Tilburg, waarvoor ik met veel moeite maandelijks de huur betaalde, uitgebrand en 13 dagen geleden kreeg ik van mijn man bij de verzekeringen te horen dat de schade niet gedekt zou worden. De kleine lettertjes niet gelezen ofzo, al weet ik nog steeds niet wat er daarin precies te lezen viel.
Feit was dat mijn geld zo goed als op was en ik bij mijn achtertante in Oostende had moeten intrekken. Daar verbleef ik reeds vijf dagen toen het begon. Ze dook op en ging niet meer weg. Een stem die om de tien minuten mijn dromen onderbrak om me toe te spreken in een vervelende, overdreven enthousiaste stem.
De stem was verschrikkelijk en deed me geregeld in tranen uitbarsten op het werk, eerst simpelweg omdat ik de gedachte aan haar zo beangstigend vond maar daarna ook omdat haar eigenaar zich plots in de bureaustoel naast mij bevond. Ook in de cafetaria was hij telkens aanwezig wanneer ik daar een stap binnen durfde zetten. En op de straat. En in de metro. Zelfs als ik thuiskwam en me in de zetel nestelde was hij daar: in mijn tuin, voor het vensterraam, mij aansstarend met die blik... die glazige, koude blik die me van binnenuit vernietigde.
Ik belde de politie, verschillende keren, maar wanneer ik hem beschreef lachtten zij me enkel uit. Niet dat ze hem hadden kunnen vatten als ze wilden: hij kon net zo onopgemerkt verdwijnen zoals hij telkens uit het niets verscheen. Hij wist hoe hij moest krijgen wat hij wou en hij zou niet rustten voor ook ik hem dat gaf.
Uit wanhoop besloot ik een reis te ondernemen naar een plaats waar ik nog nooit geweest was. Ik koos voor Brussel, in de hoop dat mijn achtervolger me zou verliezen in de drukte die daar altijd aanwezig is, zelfs in de zomermaanden. Daarom begaf ik me zo snel mogelijk van het peron in de uniforme menigte van mooie, jonge mensen met glanzende haren (zonder puntjes) en blinkende tanden en haastte ik me naar het hotel dat ik geboekt had.
Op mijn kamer aangekomen deed ik meteen de deur achter me dicht om ze vervolgens te sluiten en te barricaderen met een toevallig vlak in de buurt staande brandkast. Toevallig was het natuurlijk niet écht, alles was immers perfect in deze wereld, voor iedereen behalve mij dan toch. De deur een paar keer op stevigheid getest, liet ik me neervallen op het bed om vrijwel onmiddelijk in slaap te vallen. Het was de beste nachtrust die ik in jaren, of misschien wel gewoon ooit, had gehad.
Toen ik de volgende ochtend wakker werd hoorde ik een vreemd geluid. De televisie stond aan maar het scherm was gevuld met sneeuw. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan en zette het toestel terug uit. Plots hoorde ik voetstappen, vlakbij. Mijn hoofd en de kamer begonnen te draaien. Toen het beeld voor mijn ogen terug helder werd zag ik dat de kamerdeur op een kier stond. Mijn barricade, de brandkast, lag op haar zijde gekanteld.
Het was duidelijk wat er gebeurd was. Slechts één iemand kon dit gedaan hebben. Ik greep haastig naar het pistool dat ik bij het vertrek de dag voordien uit voorzorg in mijn broekzak had verborgen en hoorde de TV terug aan gaan. Ik draaide me om en stond plots oog in oog met mijn nemesis, die nonchalant tegen het toestel leunde en nog maar eens die verschrikkelijke, moordende woorden herhalen die in mijn oren sneden als waren ze gemaakt van boter:
"Wist je dat inboedelverzekering bij ING sinds deze maand 15% voordeliger is?"
Ik schreeuwde mijn woede uit. Dezelfde weirdo in een oranje leeuwenpak die me had laten vallen toen ik hem het meeste nodig had smeekte me nu om terug te komen. Maar dan kende hij mij niet. Ik hefte mijn revolver op en richtte. Vier schoten weerklonken in de hotelkamer. Drie kogels voor hem en dan nog een voor mij. De ING leeuw kon me nu niet meer storen.
Abonneren op:
Posts (Atom)