Het Belgisch absurdisme is duidelijk aan een revival bezig: op woensdagavond verkondigde de RTBF dat Vlaanderen eenzijdig de onafhankelijkheid had uitgeroepen nadat een groepje seperatisten maandenlang geheime vergaderingen organiseerde in de tiende, ondergrondse, volledig atoomvrije bol van het Atomium . Dit alles zonder enige indicatie dat het om fictie ging! Wel, behalve dat stukje over de tiende ondergrondse bol van het atomium dan.<!--more-->De RTBF is bijgevolg voor goed (of toch minstens voor een week) haar geloofwaardigheid kwijt en vanaf nu kijken we allemaal naar RTL-TVI.
Ah, de splitsing van België... zolang de Walen voor dit soort comedy blijven zorgen wil ik ze alvast voor geen geld ter wereld kwijt. Hoewel, de hoofdstad van de Europese Unie midden in een essentieel fascistische staat... het zou ook best lachen zijn! Tenminste tot we samen met de andere linkse subversieve elementen geëxecuteerd worden. Natuurlijk zitten we in een onafhankelijk Vlaanderen dan ook nog wel met het probleem van West- en Oost-Vlaanderen die met hun zwakke economie en vreemde taaltje toch altijd al een ander volk geweest zijn. En Limburg is eigenlijk toch ook maar genant en een beetje overbodig nu de steenkoolmijnen dichtzijn. Brabant onafhankelijk! En mijn Vietnamese overburen hebben een totaal andere cultuur en levensstijl dan mij. Mijn kot onafhankelijk!
Een andere optie is een splitsing in Noord- en Zuid-België, Koude Oorlog-style. De Brusselse muur zou alvast een mooie aanvulling zijn op de bestaande toeristische attracties in Brussel. "<em>Relive the cold war... only in Belgium!</em>", ik zie het al volledig voor mij. En natuurlijk mogen we ook onze Duitstalige vrienden niet vergeten: <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Neutraal_Moresnet" target="_blank">Neutraal Moresnet</a> is volledig klaar voor een nieuwe glorieperiode, dus waar wachten die mannen nog op?
Het mag duidelijk zijn, de toekomst van België kan maar één kant uit: richting algemene hilariteit. Volle kracht vooruit!
zaterdag 16 december 2006
zondag 28 mei 2006
My life without me
Ann is 23 jaar en leeft met haar man en twee kinderen in een caravan, gestationeerd in de tuin van haar moeder. Als ze van de dokter te horen krijgt dat ze borstkanker heeft en over twee maanden zal sterven beschouwt ze dit vreemd genoeg niet als een verlossing maar als slecht nieuws. Met veel gevoel voor drama stelt ze een lijst samen van dingen die ze nog wil doen voor haar dood, al valt die lijst wel lichtjes tegen: “naar de kapper gaan” is ongeveer het meest opwindende puntje.
Uit de andere items op haar lijstje blijkt dan weer wat een monster Ann eigenlijk is, Sarah Polley verdient daarom felicitaties want zij slaagt er toch nog in haar personage enigszins sympathiek te laten overkomen. Let in die zin vooral op het woord “enigszins”.
Zo wil Ann bijvoorbeeld “iemand op haar verliefd laten worden”. Hiervoor kiest ze een of andere zielige eenzaat uit, die zich lijkt te verontschuldigen voor elk woord dat uit zijn mond komt en natuurlijk (aanvankelijk) geen weet heeft van de motieven waardoor zijn nieuwe infatuatie gedreven wordt.
Ook spreekt ze cassetjes in voor haar dochters, die ze hen telkens wil laten bezorgen op hun verjaardag, en dat tot ze 18 zijn! Haar dochters mogen dus nog een dikke tien jaar uitkijken naar een jaarlijkse “Ik ben nog steeds dood maar gelukkige verjaardag!”-boodschap van hun moeder. Leuk.
Ze wil ook een goeie nieuwe vrouw voor haar man/moeder voor haar kinderen vinden en deinst er niet voor terug om haar omgeving genadeloos te manipuleren om dit te bewerkstelligen. Ook handig en volledig geloofwaardig dat net nu de ideale vrouw / moeder naast hun caravan komt wonen!
Het scenario begeeft zich trouwens wel vaker in de buurt van het belachelijke: neem bv. de onbedoeld hilarische monoloog van de nieuwe buurvrouw die vertelt hoe ze als verpleegster ooit een Siamese tweeling heeft zien sterven… het lijkt wel een parodie op platsentimentele soaps uit de jaren ’50 (“Het jongetje stierf eerst… vier uur later stierf het meisje.”) Blijkbaar hebben haar ervaringen als verpleegster haar niet geleerd dat Siamese tweelingen, sinds ze uit dezelfde eicel komen, altijd hetzelfde geslacht hebben en dat men baby’s ook niet laat sterven door ze gewoon uit de couveuse te leggen.
De andere personages zijn zo mogelijk nog vervelender: manlief Don is volledig persoonlijkheidsloos en moet gewoon de perfecte man spelen omdat er in het scenario waarschijnlijk geen plaats meer was voor echtelijke problemen. Deborah Harry is irritant als de moeder en Ann’s door Milli Vanilli-geobsedeerde kapster is een steenvervelend en overbodig personage dat ook als comic relief totaal niet werkt en zelfs volledig misplaatst is. Amanda Plummer staat wel goed te acteren als Ann’s vriendin Laurie, maar moet helaas ook in deze film een soort van freak spelen.
De film eindigt dan zomaar, alvorens Ann ook maar één keer de indruk heeft gegeven echt stervende te zijn: ze blijft over het algemeen opmerkleijk kalm, stelt zich nergens spirituele vragen (wat in zo’n situaties toch wel onvermijdelijk is) en van enige fysieke aftakeling is al helemaal niets te merken. De plotsheid van haar sterven was echter niet onaangenaam, want ik zat persoonlijk al een dik half uur te wachten tot dat mens nu eindelijk eens wou doodvallen. Wie denkt dat ik overdrijf: dat is in dit geval echt niet nodig.
My Life without Me is een mooi bewijs dat niet alleen grote Hollywood-producties, maar ook onafhankelijke films, de emoties van de kijker op perverse wijze willen en kunnen manipuleren. Om snel te vergeten.
Uit de andere items op haar lijstje blijkt dan weer wat een monster Ann eigenlijk is, Sarah Polley verdient daarom felicitaties want zij slaagt er toch nog in haar personage enigszins sympathiek te laten overkomen. Let in die zin vooral op het woord “enigszins”.
Zo wil Ann bijvoorbeeld “iemand op haar verliefd laten worden”. Hiervoor kiest ze een of andere zielige eenzaat uit, die zich lijkt te verontschuldigen voor elk woord dat uit zijn mond komt en natuurlijk (aanvankelijk) geen weet heeft van de motieven waardoor zijn nieuwe infatuatie gedreven wordt.
Ook spreekt ze cassetjes in voor haar dochters, die ze hen telkens wil laten bezorgen op hun verjaardag, en dat tot ze 18 zijn! Haar dochters mogen dus nog een dikke tien jaar uitkijken naar een jaarlijkse “Ik ben nog steeds dood maar gelukkige verjaardag!”-boodschap van hun moeder. Leuk.
Ze wil ook een goeie nieuwe vrouw voor haar man/moeder voor haar kinderen vinden en deinst er niet voor terug om haar omgeving genadeloos te manipuleren om dit te bewerkstelligen. Ook handig en volledig geloofwaardig dat net nu de ideale vrouw / moeder naast hun caravan komt wonen!
Het scenario begeeft zich trouwens wel vaker in de buurt van het belachelijke: neem bv. de onbedoeld hilarische monoloog van de nieuwe buurvrouw die vertelt hoe ze als verpleegster ooit een Siamese tweeling heeft zien sterven… het lijkt wel een parodie op platsentimentele soaps uit de jaren ’50 (“Het jongetje stierf eerst… vier uur later stierf het meisje.”) Blijkbaar hebben haar ervaringen als verpleegster haar niet geleerd dat Siamese tweelingen, sinds ze uit dezelfde eicel komen, altijd hetzelfde geslacht hebben en dat men baby’s ook niet laat sterven door ze gewoon uit de couveuse te leggen.
De andere personages zijn zo mogelijk nog vervelender: manlief Don is volledig persoonlijkheidsloos en moet gewoon de perfecte man spelen omdat er in het scenario waarschijnlijk geen plaats meer was voor echtelijke problemen. Deborah Harry is irritant als de moeder en Ann’s door Milli Vanilli-geobsedeerde kapster is een steenvervelend en overbodig personage dat ook als comic relief totaal niet werkt en zelfs volledig misplaatst is. Amanda Plummer staat wel goed te acteren als Ann’s vriendin Laurie, maar moet helaas ook in deze film een soort van freak spelen.
De film eindigt dan zomaar, alvorens Ann ook maar één keer de indruk heeft gegeven echt stervende te zijn: ze blijft over het algemeen opmerkleijk kalm, stelt zich nergens spirituele vragen (wat in zo’n situaties toch wel onvermijdelijk is) en van enige fysieke aftakeling is al helemaal niets te merken. De plotsheid van haar sterven was echter niet onaangenaam, want ik zat persoonlijk al een dik half uur te wachten tot dat mens nu eindelijk eens wou doodvallen. Wie denkt dat ik overdrijf: dat is in dit geval echt niet nodig.
My Life without Me is een mooi bewijs dat niet alleen grote Hollywood-producties, maar ook onafhankelijke films, de emoties van de kijker op perverse wijze willen en kunnen manipuleren. Om snel te vergeten.
zondag 30 april 2006
Me & Nonkel Louis
Nonkel Louis. The Big LouLou. Teddybeertje. Het is slechts een greep uit de enorme massa bijnamen die Louis Michel de laatste jaren heeft verzameld. Het spreekt dan ook voor zich dat ik toen de kans om een gesprek te hebben met De Man met 1000 Namen -nog zo’n bijnaam van hem- zich aandeed geen twee keer moest nadenken. Twee keer nadenken is iets wat ik trouwens zelden doen, aangezien één keer nadenken al een aanzienlijke inspanning vereist en ik mijn krachten ietwat moet sparen voor mijn vele andere activiteiten, zoals het bestrijden van de misdaad, het voeden van de hongerigen, het vullen van een website en andere belangrijke zaken.
Sinds slechts vijf uitverkoren jongeren de kans zouden krijgen te debateren met Mr. Michel de Tweede, arriveerde ik op de eerste vergadering in uitgebreide samurai-outfit, volledig klaar en bereid de tegenstand te laten proeven van mijn talent voor de Oosterse vechtkunst. Ietwat verrassend bleek dit uiteindelijk niet nodig te zijn, sinds er buiten mij slechts twee ander personen aanwezig waren die zouden kunnen omschreven worden als jongeren. En dan nog alleen met “jongere” als alternatieve defenitie, onder “nitwit”. Ter compensatie waren er ook nog twee ietwat oudere mensen komen opdagen: een behaarde anarchist en een onbehaarde niet-anarchist. We besloten uiteindelijk deze twee mensen ook “jongeren” te noemen, zodat we toch nog aan de verhoopte vijf personen geraakten.
Maar helaas, bij de volgende vergadering had het noodlot toegeslagen: de zowel letterlijk als figuurlijk grootste van de twee nitwits liet ons in de steek en besloot niet meer te komen opdagen. Toen waren ze nog met vier.
Wat daarna gebeurde is eigenlijk het vertellen niet waard, maar het komt kort samengevat hier op neer: Michel liet de datum van het debat 32 keer verzetten om uiteindelijk gewoon helemaal af te zeggen, met een mediastorm van nooit geziene proporties tot gevolg: “Louis Michel laat Kempische jongeren in de steek”, stond op de voorpagina van zowat iedere krant te lezen. In een poging tot damage control besloot de assistente van Louis Michel dat er niets anders opzat dan ons uit te nodigen op zijn kabinet in Brussel.
Na veel touwgetrek – andere datum, ander uur, afgelast, toch weer niet afgelast enzoverder – bevonden we ons op zaterdag 29 april uiteindelijk toch in het Berlaymont, waar de Europese Commissie gevestigd is. En met “we” bedoel ik dan: ikzelf, de overgebleven nitwit & de hoofdredacteur van Mo Magazine die ook zijn broer meegebracht had als fotograaf. Een van de twee nep-jongeren zat namelijk op Groezrock (wat is dat toch met die anarchisten en afspraken?), de andere was mysterieus verdwenen maar kwam uiteindelijk toch nog het gebouw binnengestrompeld, net op tijd om samen met ons via 14 schuifdieren en minstens evenveel liften naar het kabinet van LouLou te reizen, begeleid door een vriendelijke dame die terecht opmerkte: “C’est un peu Star Trek ici.”
Het gesprek met Louis was uiteindelijk niet echt een gesprek – als uw beroep er in bestaat 18 uur per dag niets anders te doen dan uitleg geven dan geraak je daar blijkbaar vrij sterk getraind in. Na 75 minuten Louis Michel-show vond zijn assistente het welletjes… we kregen nog snel een EU-funpack in de handen geduwd en werden op weg gestuurd naar het Centraal-Station, alwaar ons nog de grootste uitdaging van al wachtte: met de NMBS terug thuis geraken.
Een viertal uur later was dit dan toch gelukt en kon ik uitgeput in de zetel onderuit zakken en mijn ogen sluiten om -zoals iedere nacht- zoet te dromen van mijn favoriete EU-commisaris. Neelie Kroes is misschien nog steeds de heetste, maar Louis Michel is nu zonder twijfel de sympathiekste (en belangrijker: de schattigste!)
Merci Louis / et je vous en prie / comme le chanson de Simple Minds le dit / don’t you forget about me.
Sinds slechts vijf uitverkoren jongeren de kans zouden krijgen te debateren met Mr. Michel de Tweede, arriveerde ik op de eerste vergadering in uitgebreide samurai-outfit, volledig klaar en bereid de tegenstand te laten proeven van mijn talent voor de Oosterse vechtkunst. Ietwat verrassend bleek dit uiteindelijk niet nodig te zijn, sinds er buiten mij slechts twee ander personen aanwezig waren die zouden kunnen omschreven worden als jongeren. En dan nog alleen met “jongere” als alternatieve defenitie, onder “nitwit”. Ter compensatie waren er ook nog twee ietwat oudere mensen komen opdagen: een behaarde anarchist en een onbehaarde niet-anarchist. We besloten uiteindelijk deze twee mensen ook “jongeren” te noemen, zodat we toch nog aan de verhoopte vijf personen geraakten.
Maar helaas, bij de volgende vergadering had het noodlot toegeslagen: de zowel letterlijk als figuurlijk grootste van de twee nitwits liet ons in de steek en besloot niet meer te komen opdagen. Toen waren ze nog met vier.
Wat daarna gebeurde is eigenlijk het vertellen niet waard, maar het komt kort samengevat hier op neer: Michel liet de datum van het debat 32 keer verzetten om uiteindelijk gewoon helemaal af te zeggen, met een mediastorm van nooit geziene proporties tot gevolg: “Louis Michel laat Kempische jongeren in de steek”, stond op de voorpagina van zowat iedere krant te lezen. In een poging tot damage control besloot de assistente van Louis Michel dat er niets anders opzat dan ons uit te nodigen op zijn kabinet in Brussel.
Na veel touwgetrek – andere datum, ander uur, afgelast, toch weer niet afgelast enzoverder – bevonden we ons op zaterdag 29 april uiteindelijk toch in het Berlaymont, waar de Europese Commissie gevestigd is. En met “we” bedoel ik dan: ikzelf, de overgebleven nitwit & de hoofdredacteur van Mo Magazine die ook zijn broer meegebracht had als fotograaf. Een van de twee nep-jongeren zat namelijk op Groezrock (wat is dat toch met die anarchisten en afspraken?), de andere was mysterieus verdwenen maar kwam uiteindelijk toch nog het gebouw binnengestrompeld, net op tijd om samen met ons via 14 schuifdieren en minstens evenveel liften naar het kabinet van LouLou te reizen, begeleid door een vriendelijke dame die terecht opmerkte: “C’est un peu Star Trek ici.”
Het gesprek met Louis was uiteindelijk niet echt een gesprek – als uw beroep er in bestaat 18 uur per dag niets anders te doen dan uitleg geven dan geraak je daar blijkbaar vrij sterk getraind in. Na 75 minuten Louis Michel-show vond zijn assistente het welletjes… we kregen nog snel een EU-funpack in de handen geduwd en werden op weg gestuurd naar het Centraal-Station, alwaar ons nog de grootste uitdaging van al wachtte: met de NMBS terug thuis geraken.
Een viertal uur later was dit dan toch gelukt en kon ik uitgeput in de zetel onderuit zakken en mijn ogen sluiten om -zoals iedere nacht- zoet te dromen van mijn favoriete EU-commisaris. Neelie Kroes is misschien nog steeds de heetste, maar Louis Michel is nu zonder twijfel de sympathiekste (en belangrijker: de schattigste!)
Merci Louis / et je vous en prie / comme le chanson de Simple Minds le dit / don’t you forget about me.
Abonneren op:
Posts (Atom)