zondag 30 april 2006

Me & Nonkel Louis

Nonkel Louis. The Big LouLou. Teddybeertje. Het is slechts een greep uit de enorme massa bijnamen die Louis Michel de laatste jaren heeft verzameld. Het spreekt dan ook voor zich dat ik toen de kans om een gesprek te hebben met De Man met 1000 Namen -nog zo’n bijnaam van hem- zich aandeed geen twee keer moest nadenken. Twee keer nadenken is iets wat ik trouwens zelden doen, aangezien één keer nadenken al een aanzienlijke inspanning vereist en ik mijn krachten ietwat moet sparen voor mijn vele andere activiteiten, zoals het bestrijden van de misdaad, het voeden van de hongerigen, het vullen van een website en andere belangrijke zaken.

Sinds slechts vijf uitverkoren jongeren de kans zouden krijgen te debateren met Mr. Michel de Tweede, arriveerde ik op de eerste vergadering in uitgebreide samurai-outfit, volledig klaar en bereid de tegenstand te laten proeven van mijn talent voor de Oosterse vechtkunst. Ietwat verrassend bleek dit uiteindelijk niet nodig te zijn, sinds er buiten mij slechts twee ander personen aanwezig waren die zouden kunnen omschreven worden als jongeren. En dan nog alleen met “jongere” als alternatieve defenitie, onder “nitwit”. Ter compensatie waren er ook nog twee ietwat oudere mensen komen opdagen: een behaarde anarchist en een onbehaarde niet-anarchist. We besloten uiteindelijk deze twee mensen ook “jongeren” te noemen, zodat we toch nog aan de verhoopte vijf personen geraakten.

Maar helaas, bij de volgende vergadering had het noodlot toegeslagen: de zowel letterlijk als figuurlijk grootste van de twee nitwits liet ons in de steek en besloot niet meer te komen opdagen. Toen waren ze nog met vier.

Wat daarna gebeurde is eigenlijk het vertellen niet waard, maar het komt kort samengevat hier op neer: Michel liet de datum van het debat 32 keer verzetten om uiteindelijk gewoon helemaal af te zeggen, met een mediastorm van nooit geziene proporties tot gevolg: “Louis Michel laat Kempische jongeren in de steek”, stond op de voorpagina van zowat iedere krant te lezen. In een poging tot damage control besloot de assistente van Louis Michel dat er niets anders opzat dan ons uit te nodigen op zijn kabinet in Brussel.

Na veel touwgetrek – andere datum, ander uur, afgelast, toch weer niet afgelast enzoverder – bevonden we ons op zaterdag 29 april uiteindelijk toch in het Berlaymont, waar de Europese Commissie gevestigd is. En met “we” bedoel ik dan: ikzelf, de overgebleven nitwit & de hoofdredacteur van Mo Magazine die ook zijn broer meegebracht had als fotograaf. Een van de twee nep-jongeren zat namelijk op Groezrock (wat is dat toch met die anarchisten en afspraken?), de andere was mysterieus verdwenen maar kwam uiteindelijk toch nog het gebouw binnengestrompeld, net op tijd om samen met ons via 14 schuifdieren en minstens evenveel liften naar het kabinet van LouLou te reizen, begeleid door een vriendelijke dame die terecht opmerkte: “C’est un peu Star Trek ici.”

Het gesprek met Louis was uiteindelijk niet echt een gesprek – als uw beroep er in bestaat 18 uur per dag niets anders te doen dan uitleg geven dan geraak je daar blijkbaar vrij sterk getraind in. Na 75 minuten Louis Michel-show vond zijn assistente het welletjes… we kregen nog snel een EU-funpack in de handen geduwd en werden op weg gestuurd naar het Centraal-Station, alwaar ons nog de grootste uitdaging van al wachtte: met de NMBS terug thuis geraken.

Een viertal uur later was dit dan toch gelukt en kon ik uitgeput in de zetel onderuit zakken en mijn ogen sluiten om -zoals iedere nacht- zoet te dromen van mijn favoriete EU-commisaris. Neelie Kroes is misschien nog steeds de heetste, maar Louis Michel is nu zonder twijfel de sympathiekste (en belangrijker: de schattigste!)

Merci Louis / et je vous en prie / comme le chanson de Simple Minds le dit / don’t you forget about me.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten